>Sincfala Museum van de Zwinstreek
Sincfala,
Museum van de Zwinstreek
HomeActiviteitenZondagbabbel - Is het nog ver naar Brugge? - Zondag 22 april 2018

aanwijzer DullewegLezing op zondag 22 april 2018 10 -12 uur door Hugo Van Loocke

Eeuwenlang zijn er problemen geweest om het transport, voornamelijk van de vis, tussen Blankenberge, Heist en Brugge vlot en snel te laten gebeuren. De mogelijkheden waren dan ook beperkt. Tot in de 19de eeuw waren de belangrijkste transportwegen tussen Blankenberge en Brugge: de Blankenbergse Vaart, de Blankenbergse Dijk, de Dulleweg en –later- de Blankenbergse Steenweg.

Het Lisseweegs vaartje en enkele voetwegen waren dan weer een mogelijkheden om vanuit Heist naar Brugge te geraken.

De lezing schetst het ontstaan, evolutie van deze verbindingswegen met daarbij linken naar wat daar vandaag nog van overblijft.

VERSLAG

DSC 0022Op zondag 22 april 2018 konden we 28 belangstellenden verwelkomen in Museum Sincfala voor de lezing "Is het nog ver naar Brugge? Transportwegen tussen Brugge en de Oostkust" door Hugo Van Loocke.

Hugo Van Loocke is van opleiding scheikundig ingenieur en hij was werkzaam als preventie-ingenieur en consultant preventie arbeidsongevallen bij Mensura, verzekeraar van arbeidsonge-vallen, nu Alliantz. Sinds 2011 is Hugo op pensioen.

Hugo Van Loocke is erkende gids in Brugge, Blankenberge, de Zwinstreek, Walraversijde en bestuurslid van de Vriendenkring Stadsgidsen te Blankenberge. Hij is reeds jaren bezig met de historische evolutie van het landschap in de kuststreek en de polders. In 2011 publiceerde hij het boek “Blankenberge, een landschap met geschiedenis”, in 2012 het boek “Om hoghe vloeden te weerstaan - de geschiedenis van de zeewering tussen Wenduine en Heist” en in 2013 de publicatie “Het kasteeltje van Uitkerke, 250 jaar”.

Hugo is ook lid van onze geschiedkundige kring Sint-Guthago en op 23 februari 2014 gaf hij voor de kring al een lezing met de titel "Om hoghe vloeden te weerstaen. De geschiedenis van de zeewering tussen Wenduine en Heist", die ging over de geschiedenis van het ontstaan, de opbouw, het verdwijnen en terug verschijnen van dijken, duinen en strandhoofden in de eeuwenlange kritische zone Wenduine - Heist tot in de 19de eeuw. En vorig jaar, op 26 augustus, gidste hij ons niet alleen op een schitterende manier doorheen de tentoonstelling “Blankenberge in stroomversnelling 1870-1914”, maar toonde hij ook in de straten van Blankenberge zelf wat er nog overgebleven is van de gebouwen uit die periode en wat er verdwenen is.

DSC 0025Nu ging de lezing van Hugo Van Loocke over het ontstaan, de situering en de evolutie van de vroegste transportwegen tussen de Oostkust (Heist en Blankenberge) en Brugge met daarbij een aantal linken naar wat daar vandaag nog van overblijft.

Vroeger gebeurde het vervoer met paard en kar. De algemene toestand van de wegen toen was slecht. De vroegere romeinse heerwegen bestonden nog, maar de toestand ervan was sterk achteruit gegaan. Voor de rest waren er wat verharde aarden wegen die niet onderhouden werden, behalve dat er soms eens een put werd gevuld.

Eén van de problemen was dat de vis vanuit Heist en Blankenberge zo vlug mogelijk naar Brugge moest geraken. Vis was een belangrijke voedingsbron die snel kon bederven. De vismarkt bevond zich in Brugge. Een vismarkt was altijd dicht bij de grafelijke residentie gesitueerd. Dit was niet alleen zo in Brugge, maar ook in Antwerpen en in Gent.

DSC 0036Hoe kon men zich verplaatsen van de kust naar Brugge? Naast waterwegen, waren er oude landwegen. De Blankenbergse Dijk werd in 1247 voor het eerst vermeld als “Gentele” en in de 14de eeuw als “Blankenbergse Dijk”. Tot 1723 was dit de belangrijkste transportweg. Er zijn verschillende meningen over de periode waarin deze weg werd aangelegd. Volgens Gysseling was dit in de 9de eeuw, volgens Coornaert in de 10de en volgens Verhulst in de 11de eeuw. De voorkeur van Hugo Van Loocke was om eerder Coornaert hierin te volgen.

Was de Blankenbergse Dijk eigenlijk een dijk of een weg? Het was waarschijnlijk geen echte dijk. Het Zwin bestond toen nog niet. Er was alleen een bescherming tegen het water van de Blankenbergse Geul nodig indien dit te ver zou komen.

Er zijn nu nog restanten terug te vinden van de Blankenbergse Dijk die liep tussen Sint-Pieters en Blankenberge. Het was een zeer brede dijk, waarschijnlijk om hem te kunnen gebruiken als weg. Hij vormde ook de grens tussen twee wateringen. Door wie werd de dijk aangelegd? Door plaatselijke boeren of door grote landeigenaren? Het meest waarschijnlijke is dat de aanleg gebeurde in opdracht van de graaf van Vlaanderen, Boudewijn II, om zijn eigen gebieden af te bakenen. De landbouwgrond (voor schapenteelt en landbouw) werd deels in pacht gegeven en deels in eigendom gehouden. Dit laatste zorgde voor rechtstreekse inkomsten voor de graaf. Als besluit kan gezegd worden dat de Blankenbergse Dijk een combinatie van een weg en een dijk was.

De Blankenbergse Dijk werd in 1727 openbaar verkocht. Er moest wel een deel van de weg blijven bestaan voor de plaatselijke landbouw. Dit was echter geen openbare weg meer. De rest werd in verschillende loten verkocht en gebruikt als grasland (naast de weg) en had verschillende eigenaren.

In 1890 werd een eerste poging gedaan door de gemeente Zuienkerke om de Blankenbergse Dijk terug openbaar te maken. De weg was toen in een zeer slechte staat. Deze poging is echter toen niet gelukt. In 1910 slaagde een tweede poging wel.

De Dulleweg liep parallel met de Blankenbergse Dijk en liep van Uitkerke tot Sint-Pieters-op-de-Dijk. De oudste vermelding ervan dateert uit 1255. De Dulleweg werd altijd "weg" genoemd en nooit "dijk". Hij werd dus als tweede weg gebruikt en was waarschijnlijk even breed als de Blankenbergse Dijk. De naam betekende "grensweg". De Dulleweg kan nu nog altijd voor een deel gevolgd worden. Hij begon in Uitkerke (huidige Schaapstraat) en liep verder via Lissewege. Nu loopt hij voor een deel verder doorheen een hoevedomein (privégebied) en vervolgens weer als een stukje openbare weg om daarna niet meer op openbaar terrein te komen, maar via verschillende hoeven. Langs de weg stond de Dullemolen, een staakmolen, die in 1871 afgebroken werd samen met het molenhuis. Nu dwarst de nieuw aangelegde A11 deze plaats. De weg liep verder richting het huidige B-Park aan de Blauwe Toren (tussen kassa 1 en 2 van de Decathlon) en vervolgens langs de oude spoorweg tot aan de kerk van Sint-Pieters-op-de-Dijk. Hoe zag de Dulleweg er vroeger uit? Het was een smalle weg met bomen langs beide kanten en bij regenweer was het een slijkboel.

DSC 0042In Heist was er de Visweg (Heistse Heerweg), voor een deel gelegen in het gebied waar nu de achterhaven van Zeebrugge is. Hier is nu niets meer van terug te vinden. De weg liep van Heist richting Ramskapelle om langs de huidige Moerstraat, verder langs de “Grote Hofstede” en het “Paddenhof” te lopen. Er was een afsplitsing naar Lissewege, de “Lisseweegse Steenweg”. De Heistse Heerweg liep door naar de Kasteelstraat en de huidige Westkapelse Steenweg te Dudzele tot Fort Lapin in Brugge. Deze weg is terug te vinden op de kaart van Pourbus en de ligging klopt perfect op deze kaart. Langs de weg bevinden zich nu nog oude huizen. In Dudzele dateert het gebouw dat nu fungeert als bibliotheek, Westkapelse Steenweg nr. 58, vermoedelijk uit de 17de eeuw en nr. 42 was vroeger een smidse. Het huidige gebouw op de hoek van de Westkapelse Steenweg met de A. Vynckestraat is vermoedelijk een restant van een vroegere brouwerij en bevat een oude 17de-eeuwse kern. De Dudzeelse Steenweg was rijk aan herbergen. In Brugge was het uitbaten van een herberg duurder door de hogere taksen, vandaar dat de herbergen net buiten Brugge gevestigd waren. De Roode Poort (Dudzeelse Steenweg nr.540) stamt uit de 15de eeuw en was eigendom van Ter Doest. De Groene Poort (Dudzeelse Steenweg nr. 452) was een kasteeldomein vermeld in de 16de eeuw. Nu is hier niets meer van terug te vinden en staat er een nieuw gebouw op deze plaats. De eerste vermelding van de wijk Kruisabele dateert uit de 13de eeuw. De benaming komt van de combinatie “kruis” en “abeel” (populier) en verwijst naar een vroeger in die omgeving gesitueerde herberg. Het kasteel “Ten Berge” (eerste vermelding in 1267), een kasteel met een neerhof, was een leengoed van de graaf van Vlaanderen. In 1490 werd het verwoest door een brand. Op de Dudzeelse Steenweg nr. 315 staat de Sint-Donaashoeve (vermeld in 1447) die nu volledig is verbouwd.

Tot de 18de eeuw waren de waterwegen de best bruikbare transportwegen. In de jaren 1300 waren alle waterlopen in de streek bruikbaar voor vervoer, hoewel sommige smal waren en er soms een schutssluis in voorkwam. Tot 1700 (en zelfs ook tot 1900) veranderde er niet veel in de structuur van de waterwegen.

DSC 0058Bij het graven van de Blankenbergse Vaart werd gebruik gemaakt van bestaande lagere gedeelten in het landschap. De vaart loopt langs de Meetkerkse Moeren. In Blankenberge, ten zuiden van de duinen, werd in de 12de eeuw een sluis van meer dan 9 meter breed gebouwd die dienst heeft gedaan tot het begin van de 17de eeuw. Op die sluis stond tijdens de Tachtigjarige Oorlog een fort, omdat de sluis van strategisch belang was. De Spanjaarden wilden een onderwaterzetting door de Staatsen absoluut voorkomen. Op de loop van de Blankenbergse Vaart waren er ook een aantal redoutes (kleine versterkingen). De Blankenbergse Vaart werd gebruikt tot 1911 voor transport van o.a. bouwmaterialen en kasseien en voor personenvervoer. Dit transport ging langzaam. In het begin werd er ook vis over vervoerd, maar door de aanleg van de wegen gebeurde dit later niet meer. De benaming “Blankenbergse Vaart” dateert uit de 17de eeuw. Dáárvoor werd hij “Vertinge” (12de eeuw), “Ede” en “Grote Ede” (14de eeuw) genoemd. Ten zuiden van de duinen in Blankenberge werd er een kleine kaai aangelegd voor de boten vanwaar men via de Blankenbergse Watergang naar de Blankenbergse Vaart kon varen. Via de Blankenbergse Vaart kon men naar de Ieperleet, waar een sluis was, en dan zo verder tot aan de dam bij Schipsdale. Hier werd de lading verscheept bij een overtoom (installatie waarbij een schip over land van het ene in het andere water werd getrokken om een peilverschil te overwinnen). Vervolgens kwam men in Brugge waar er via een sluisje kon versast worden onder de Lenaartpoort om verder via de Lange Rei naar het centrum van Brugge te varen.

De Lisseweegse Watergang of Lisseweegse Vaart, die dateert van de 13de eeuw, takte af van de Leet (aan de Oostendse Vaart) en liep tot Zwankendamme. Er was een eerste aftakking naar Ter Doest (voor 1219) en een tweede was de Dudzeelse Watergang vanaf Stapelvoorde (rond 1284). Deze is nu gereduceerd tot een gracht. In de 14de eeuw werd de Lisseweegse Vaart naar het noorden doorgetrokken naar Heist, ongeveer tot aan de oude kerk ter hoogte van de Evendijk. De Dudzeelse Watergang werd doorgetrokken naar Ramskapelle voor het vervoer van stenen van de steenbakkerijen. In Zwankendamme werd in de Lisseweegse Vaart een sas gebouwd. Vóór 1300 was dit een overtoom (er was een waterniveauverschil van 1,5 à 2 voet). Tot begin 19de eeuw was de Lisseweegse Vaart bevaarbaar.

Het laatste deel van de lezing ging over de Blankenbergse Steenweg. Deze werd aangelegd in de Oostenrijkse Tijd (1715-1794), toen er meer aandacht was voor transport. Ze dateert van 1723. In de 18de eeuw groeide de Blankenbergse vissersvloot. Er waren toen meer dan 70 vaartuigen. Er was dus veel vis, maar die kon door de slechte wegen moeilijk vervoerd worden. Er kwam protest van de Blankenbergse magistraat naar de overheid toe met de vraag om een steenweg. Deze vraag werd gesteund door het Brugse Vrije die dit op haar beurt vroeg aan de hogere overheid. Met een octrooi van 29 januari 1723 werden de plannen voor de Blankenbergse Steenweg opgemaakt. De geschatte kostprijs bedroeg 160.000 gulden. Een deel werd betaald door Brugge en Blankenberge. Er waren ook bijdragen van Sint-Pieters, Zuienkerke, Uitkerke, Lissewege, Dudzele, Wenduine en van de wateringen. De rest diende betaald te worden uit inkomsten van tolgeld en leningen. Deze leningen gaven een grote intrest. Veel pastoors tekenden hierop in.

DSC 0078Er werden vijf mogelijke tracés bekeken voor de Blankenbergse Steenweg. Er gebeurden veel onteigeningen voor de aanleg ervan en ook een deel van het kerkhof van Uitkerke moest verwijderd worden. De weg was een kasseiweg van ongeveer 20 meter breed en aan weerszijden werden bomen voorzien. Deze trokken namelijk water uit de grond, waardoor de weg droger kon blijven.

Het tracé van de Blankenbergse Steenweg liep van Brugge naar Blankenberge en doorkruiste het grondgebied van Zuienkerke aan de oostelijke kant. De steenweg werd naast en gedeeltelijk over het tracé van de Dulleweg aangelegd.

Voor het betalen van de tol werden drie tolkantoren voorzien. Eerst waren dit “De Colve” (aan de huidige Blauwe Toren), “Vierwege” en “’t Vrije” (juist buiten Blankenberge). Later veranderden de tolkantoren, opdat ze op een gelijke afstand van elkaar zouden liggen. Het werden dan “de Barrière, de “Katterogge” en “het Vrije”. Men probeerde de tol te ontduiken. Via sluipwegen was dit moeilijk als men op weg was met paard en kar. Aangezien oorspronkelijk de tol voorzien was op het aantal manden dat men over de weg vervoerde, gebruikte men extra grote manden om zo minder tol te moeten betalen. Mosselen werden vervoerd in zakken, waarop geen tol was voorzien. Nadien werd het octrooi aangepast: er moest dan ook tol betaald worden op zakken.

Het gewicht dat mocht vervoerd worden was gelimiteerd: in de zomer was het maximale gewicht 5000 pond en in de winter 3000 pond.

DSC 0090Langsheen de weg waren veel herbergen gelegen. Specifieke gebouwen langs de Blankenbergse Steenweg die Hugo Van Loocke aanhaalde waren o.a. de hoeve “’t Oosthof” (ten oosten van Zuienkerke) waarvan men zegt dat het ooit aan de Tempeliers zou behoord hebben en de “Katterogge”, oorspronkelijk een melkerij, die later uitgebouwd werd tot een herberg en een hotel, waarvan de eerste vermelding dateert van 1770. Hier was één van de drie tolbarelen van de steenweg opgesteld. De herberg werd gesloten in de jaren ’80 van de twintigste eeuw. De benaming is nu nog op de zijgevels van het gebouw te lezen. Herberg "De Halve Maan" dateert van de 19de eeuw en was ondergebracht in een boerenhuis. "De Kruiskalsyde" was een herberg die gebouwd werd tussen 1765 en 1770, en vernoemd is naar zijn inplanting op de kruising met de Blankenbergse Steenweg. Het gebouw bestaat nu nog altijd. Hoeve "De Hemel", vroeger ook "Trente" en "'t Nieuwhof" genaamd, was één van de grootste en oudste goederen van het Brugse Sint-Janshospitaal. De hoevegebouwen op een omwald erf zijn nog altijd goed bewaard. De eerste bronnen die de hoeve vermelden dateren van 1300 (een renteboek van het Sint-Janshospitaal en een oorkonde).

DSC 0026Na deze boeiende en mooi geïllustreerde lezing waarvoor we Hugo Van Loocke bedankten, was het naar goede gewoonte tijd voor een drankje aangeboden door Museum Sincfala.

Verslag: Marc De Meester
Foto’s: Etienne Decaluwé

Praktische informatie

Lezingen zijn gratis voor leden van Geschied- en Heemkundige Kring Sint-Guthago.
Niet-leden betalen 3,50 euro, bezoek aan het museum inbegrepen. Reservatie is niet mogelijk. Best om 15 minuten vroeger te komen om van een plaats verzekerd te zijn.
Na de lezing bieden we je een drankje aan.

Ptoegang-felix-timmermanstraat-37laats

Sincfala, Museum van de Zwinstreek
Pannenstraat 140, 8300 Knokke-Heist.
Tel. 050 530 730  Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien. 

Parkeergelegenheid

Op de speelplaats van de gemeentelijke basisschool Het Anker, bereikbaar via de Felix Timmermansstraat nummer 37 (klik op de foto voor Google streetview)