>Sincfala Museum van de Zwinstreek
Sincfala,
Museum van de Zwinstreek
HomeActiviteitenActiviteiten 2007Lezing Met madame aan zee - zondag 25 februari 2007
Activ_metmadameaanzee_coverIn de negentiende eeuw vinden de Engelsen het kusttoerisme uit en ze exporteren het over het Kanaal naar Oostende. De koninklijke familie krijgt de smaak van de gezonde zeelucht te pakken. In het zog van de gekroonde hoofden volgt al gauw de gegoede burgerij. Aan het begin van de 20ste eeuw zijn de dijken langs de Belgische kust een etalage van goeie smaak en veel geld.

Iedere zomer wachten verbeterde kopieën van stijlvolle herenhuizen met zicht op zee op de elite uit het binnenland die er met vakantie komen. Rond 1900 ontmoeten nette dames in hun lange jurken en met parasol op de zeedijk gelijkgezinden die logeren in hun villa's of chique hotels een beetje verder op de dijk.

Activ_metmadameaanzee_prentbriefkaartVan hetzelfde decorum van villa's en zonnebruin maken ook de grootouders van Diane De Keyzer deel uit. Ze nemen in  1930 in de villa Jeanne op de dijk van Heyst-sur-Mer hun intrek. Niet als heer en meester, maar meid en knecht. Ze zijn er om ter werken en maken deel uit van het spel van arm en rijk op de dijk. Ze zien de burgerkinderen spelen op het strand.

Activ_metmadameaanzee_DeKeyzerAuteur Diane De Keyzer Diane De Keyzer beschrijft het in haar boek Met madame aan zee en komt er op zondag 25 februari over vertellen in Sincfala, Museum van de Zwinstreek. De lezing is een initiatief van de Geschied- en Heemkundige Kring Sint-Guthago en de Oostkustacademie.

Praktische informatie
Afspraak om 10 uur in de grote zaal van Sincfala, Museum van de Zwinstreek, Pannenstraat 140, 8300 Knokke-Heist. Meer informatie: 050 530 730 of Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.. Er is parkeergelegenheid op de speelplaats van de gemeentelijke basisschool Het Anker (ingang Felix Timmermansstraat). Gratis voor leden van Sint-Guthago. Niet-leden betalen 3,50 euro. Na de lezing kan je het museum bezoeken.

Verslag
Het boek Met madame aan zee werd geschreven naar aanleiding van het project Kusthistories in Middelkerke. In het kader van dit project werd in Westende de villa Les Zéphyrs gerestaureerd en zullen er cahiers verschijnen over de geschiedenis van het kusttoerisme. Met madame aan zee is hiervan het eerste deel. Het gaat over het klassenverschil en de ontwikkeling van het toerisme aan de Belgische kust. Veel informatie heeft de auteur gehaald uit gesprekken met vroeger dienstpersoneel en eigenaars van villa's aan onze kust.

De spreekster vertelde wat haar grootouders allemaal moesten doen bij het vertrek naar en tijdens het verblijf te Heist. Grootvader kon 's morgens vroeg wel eens gaan zwemmen in zee terwijl grootmoeder ter beschikking moest blijven van madame. De villa in Heist was wel kleiner dan die in Leuven, maar er was wel meer ander werk te doen aan zee, zoals het pellen van verse garnalen die dienden als beleg voor pistolets met boter, wat toen door de gegoede burgerij gegeten werd als ontbijt of als vieruurtje. Het dienstpersoneel kon ook gaan luisteren naar Carolientje met haar orgeltje op de zeedijk.

Diane De Keyzer schetste ook de geschiedenis van het kusttoerisme dat omstreeks 1783 ontstond in Engeland met het kuren in zeewater. Deze zeebaden waren zogezegd goed voor de gezondheid en de Engelse koning trok ervoor naar Brighton. Leopold I die getrouwd was met een Engelse prinses bracht deze gewoonte mee naar België. In Oostende werd de koninklijke villa gebouwd. Vooral koning Leopold II verbleef veel in Oostende. Het koninklijke voorbeeld werd dan gevolgd door de rijke burgerij die villa's liet bouwen op de zeedijk. Ook de trein speelde een belangrijke rol in de tweede helft van de 19de eeuw. De kust was beter bereikbaar geworden vanuit Brussel, o.a. door de lijn Brussel - Blankenberge. Blankenberge was in die periode trouwens een heel chique badplaats met mooie villa's.

De spreekster heeft ook veel materiaal opgezocht in archieven en vooral in beeldbanken, waaronder die van Sincfala en Oostende. Deze laatste beschikt trouwens over een heel mooie collectie glasplaten. Een aantal beelden werd tijdens de lezing geprojecteerd. O.a. een postkaart met cijfers erop die de evolutie van het zeebaden aangeven in Heist van 1870 tot 1911 en met een mooi beeld van het strand waarop veel informatie af te lezen valt: de badkarren die door paarden tot in het water getrokken werden en gewone keukenstoelen als strandmeubilair. De strandmode van toen werd getoond, alsook een maître baigneur die de baders hielp uitstappen uit de badkar en hen bij de hand bleef houden in het water. Het was toen ook echt baden en niet zwemmen: men moest het zand onder de voeten blijven voelen (verder in het water mocht men niet). Later zag men strandkorven op het strand verschijnen, zodat men goed afgeschermd bleef van de zon. Een bleke huidskleur was toen de mode. Ook het gebruik van parasols en breedgerande hoeden zorgden hiervoor.

Het toen bestaande klassenverschil is ook goed te zien in een planafdruk van een villa te Westende: de kelderverdieping werd "état" genoemd. Het was een "ministaatje" binnen de villa met ruimten voor het dienstpersoneel, zoals de keuken. Er was ook een speelruimte voor de kinderen, die daar onder het toezicht van het dienstpersoneel konden spelen. In de kelder bevond zich een eetlift (monte-plats) waarmee het eten voor de eigenaars en hun gasten met koorden naar boven getrokken werd waar de dienstknecht het dan kon opdienen. Typisch was de diensttrap voor het personeel: deze was volledig gescheiden van de gewone trappen, zodat de meiden ongezien naar elke kamer konden om ze schoon te maken en zij de dames en heren en hun gasten niet konden kruisen op de trap.

De villa-eigenaars speelden ook tennis aan zee: eerst op het strand, dan in de duinen en later (vanaf 1905) op verharde terreinen. Elk deftig hotel beschikte over een verhard tennisterrein.

De kindermeid of de nurse moest zich bezig houden met de kinderen. Men had liefst een oudere kindermeid. Dit gaf een hogere status: het toonde aan dat men goed kon betalen en het gaf de indruk dat deze kindermeid ook al voor de vorige generatie van de familie had gezorgd. Er was trouwens een verschil tussen een kindermeid en een nurse. Deze laatste had een opleiding als kinderverzorgster gekregen in een school in Zwitserland. Zij droeg dan ook steeds het uniform van deze school, wat dan weer een groter prestige gaf aan haar patroon en zijn familie.

Een interessant document is een petitie uit 1905 tegen de afschaffing van een gemeentewet in Westende, waardoor het gratis baden vóór zes uur 's morgens werd afgeschaft, wat nadelig was voor het huispersoneel. Dezen konden zich immers het betaald baden niet veroorloven. Op dit document staan verschillende namen van dienstpersoneel: het zijn allemaal Vlaamse namen. De meeste meiden en knechten waren van Vlaamse boerenkomaf. Niet ieder kind kon verder op de boerderij terecht om er te werken, dus ging men in dienst. In Wallonië ging men eerder in de industrie werken. Het handschrift en de stijl van de petitie verraadt echter dat het niet door een meid geschreven werd maar waarschijnlijk door een patroon. Deze "solidariteit" zou verklaard kunnen worden door de vrees dat het huispersoneel tijdens de werkuren tijd zou eisen voor een zeebad op kosten van de werkgever en dat de meid op hetzelfde moment het zeewater zou delen met madame.

Marc De Meester (Sint-Guthago)