>Sincfala Museum van de Zwinstreek
Sincfala,
Museum van de Zwinstreek
HomeActiviteitenActiviteiten 2010MuseumBabbels - Devotie en negotie in Damme - zondag 24 oktober 2010

 

paul-trioProf. Paul Trio (KU Leuven) gaf een overzicht van de voornaamste devoties en hoe die zich via organisaties (broederschappen, gilden, van klerken, rederijkers, schuttersgilden...) en manifestaties (processies, bedevaarten, optochten, uitstalling relieken...) concretiseerden in een laatmiddeleeuwse handelsstad als Damme.

Er is tot hiertoe weinig geschreven over de heiligen- en reliekenverering, corporaties, processies… gedurende periode dertiende tot begin zestiende eeuw in Damme. De meeste aandacht in de historiografie ging uit naar het bouwkundig patrimonium, de ontstaansgeschiedenis, het economische belang en het hospitaal- en kloosterwezen van deze middeleeuwse stad. Nochtans zijn de bronnen daartoe voluit aanwezig. Naast vele posten in de stadsrekeningen (onder andere voor de processies) zijn er ook de rekeningen en de oorkonden van de O.L.V.-kerk (Rijksarchief Brugge) die een massa informatie omtrent deze vorm van stadsleven verschaffen. Bovendien valt er ook uit het rijke archief van het hospitaal en talrijke andere bronnen nog heel wat te rapen.

De bedoeling van deze lezing was om een overzicht te geven van de voornaamste devoties en hoe die zich via organisaties (broederschappen; gilden van klerken, ambachtslui, rederijkers en schutters; het gezelschap van de zeven getijden; kapelanieën, misstichingen…) en manifestaties (processies, bedevaarten, feestdagen, uitstalling relieken, optochten, muziek, liturgie…) concretiseerden. Zo had hij het ondermeer over: de jaarlijkse Sacramentsprocessie, de eeuwigdurende kapelanie die op 27 augustus 1342 door Symon Bette van Gent en zijn vrouw Anna de Poele in de O.L.V.-kerk werd ingesteld, het uitvoeren van het spel van ‘Ons Heeren Passie ende zine Verrisenesse’ door de priesters en gezellen van de O.L.V.-kerk in 1432-33, het mirakelkruis van Damme dat in de ommegang werd meegedragen, de witte duif die in 1461-62 tijdens Pinksteren in de kerk werd losgelaten, de koster die in de kerk bleef slapen om de kerkjuwelen te bewaken, de aflaat verleend door Paus Calixtus III (1455-58) waarbij gesteld werd dat eenieder die bij het kleppen van de klok rond de middag drie Onze Vaders en drie Ave Maria’s bad voor de voorspoed van de christelijke strijd tegen de Turken een aflaat van drie jaren ontving, de plechtige viering van het feest van O.L.V.-presentatie door de milde schenking van priester Clays van Craeynest in 1484.

Niet alles was even religieus, zoals het feest ter ere van de bisschop van de scholieren - hierbij werd de kerkelijke hiërarchie voor een dag in het jaar op haar kop gezet - dat midden vijftiende eeuw steun kreeg van de stedelijke overheid. Deze en zoveel andere uitingen van dit christelijk parochiaal devotieleven dienen echter in een breder kader en perspectief geplaatst te worden. Daarbij dient ook gewezen te worden op een aantal evoluties. Het devotieleven van de midden zestiende-eeuwse parochiaan uit Damme was niet te vergelijken met dat van zijn gelovige stadsgenoot drie eeuwen vroeger. De ontwikkelingen die zich hier lokaal voordeden, sluiten natuurlijk aan bij de algemene tendensen in Vlaanderen en daarbuiten. We hopen door in te gaan op de Damse voorbeelden de algemene evolutie te kunnen illustreren.

Verslag

parochie-en-kerk-in-stad


Professor Trio startte zijn voordracht met het tonen van enkele afbeeldingen van oude kaarten waarop het middeleeuwse Damme stond afgebeeld: o.a. de kaart van Deventer (ca. midden 16de eeuw) en de kaart van Marcus Gerards (1562). In 1180 kreeg Damme zijn eerste stadsrechten. Eigenlijk waren dit tolrechten. De kerk van Damme zou opgericht zijn met de hulp van Filips van de Elzas, maar echte zekerheid hierover is er niet. Damme behoorde eerst bij de moederparochie Oostkerke, maar kreeg al vlug een eigen parochie met 2 pastoors ten gevolge van zijn snelle groei. De bloeiperiode van Damme lag in de 13de eeuw. Het patronaatsbeheer lag bij de abdij van St-Quentin-l’Isle in Vermandois (bisdom Noyon).


De kerk

De spreker had het ook over het kerkgebouw van Damme. Hierover kan men veel informatie vinden in de studie van Luc De Vliegher. Het koor dateert van rond 1210 - 1220, de rest van de tweede helft van de 13de eeuw. Een travee werd bijgebouwd in het begin van de 14de eeuw. Onder de kerkvloer bevinden zich zeker nog onbekende grafzerken. Voor meer informatie over grafzerken werd verwezen naar een studie van Ronald van Belle. Het oksaal werd gebouwd rond 1550. Er zijn ook nog originele apostelbeelden en muurschilderingen in de kerk. Deze muurschilderingen werden ontdekt in 1890, maar er zijn er veel van verdwenen. Door de verzanding van het Zwin begon de bloei van Damme te tanen en kreeg het concurrentie van het opkomende Sluis. Damme kon nog een tijdje stand houden doordat ze de wijn- en haringstapel in bezit had, maar het kerkgebouw werd toch te groot om nog goed onderhouden te kunnen worden.

kerkgebouw-beuken-kapellen-dammeWat de organisatie betreft lieten vooral de Kerkfabriek, de Distafel, het Getijdencollege van Onze-Lieve-Vrouw, broederschappen en gilden gegevens achter in de archieven. Van de Kerkfabriek dateren de eerste gegevens van het midden van de 13de eeuw. Leken fungeerden als kerkmeesters die zorgden voor het onderhoud van het gebouw. De Distafel zette achteraan in de kerk een bank met brood voor de armen. Een Getijdencollege vond men op plaatsen waar er geen kapittel was. Het was een soort ersatz kapittel (een kapittel was een bestuurscollege bestaande uit geestelijken, verbonden aan een kathedraal of kapittelkerk; de leden ervan heetten kanunniken). Een Getijdencollege was een vereniging gevormd door pastoors en kapelanen die (mits het krijgen van schenkingen) er trachtten voor te zorgen dat de jaargetijden werden gehouden. Het Getijdencollege van Onze Lieve Vrouw was in het midden van de 14de eeuw volop functioneel in Damme.

Archivalische gegevens over de devoties in middeleeuws Damme zijn te vinden in kerkrekeningen, rekeningen van de Getijdentafels van 1561-62, oorkonden van de O.L.V.-kerk en stadsrekeningen vanaf het einde van de 14de eeuw.

Devoties
Vervolgens gaf de spreker een overzicht van de voornaamste devoties te Damme gedurende de dertiende tot begin zestiende eeuw. De belangrijkste Passiedevotie in Damme was deze van het Heilig Kruis. In 1339 schonk Jacob Stul een lamp om brandend te houden voor het H. Kruis en in de stadsrekening van 1394-95 stonden uitgaven genoteerd die te maken hadden met een mirakel door het H. Kruis (een miraculeuze genezing?). Op het tegenzegel (de ommezijde van het stadszegel) van de Stad Damme van 1272 stond een Christus aan het kruis afgebeeld. Een hypothese is dat dit zou verwezen hebben naar het H. Kruis. In 1425 was er sprake van een processiekruis dat werd rondgedragen en in 1555 van een kapelanie van het H. Kruis. Een kapelanie is een stichting waarvan de geldmiddelen of goederen gebruikt worden om missen voor overledenen te lezen in een bepaalde kapel. In principe omvatte dit ook het eeuwigdurende onderhoud van een kapelaan die de mis van de stichting moest opdienen. Soms werden er grote sommen gegeven voor de instelling van een kapelanie (schuldgevoelens tijdens de laatste levensjaren bij rijke lieden?). Maar sommige erfgenamen waren hier minder tevreden mee en betwistten dit soms. Op 14 september 1474 vond een spel van het H. Kruis plaats door de Gezellen van Rhetorica en in de periode 1510 - 1537 was er in Damme een schilderij met 6 voorstellingen van mirakels door de tussenkomst van het H. Kruis. Damme stond ook op een lijst van (straf-)bedevaartsoorden en er was een buiten de vesten gelegen Kruiskapel.

parochie-kerk-in-stad-dammeDevoties ontstonden altijd rond emotionele zaken die te maken hadden met het leven van Jezus of Maria, bijvoorbeeld de vreugde van Maria of de 7 smarten van Maria. Er bestond in Damme ook een Sacramentsdevotie. Sacramentsdag viel op de eerste donderdag na Pinksteren en op deze dag ging er een processie uit. In 1449 - 1450 ging deze gepaard met de vertoning van een wagenspel. In 1483 werd er een Sacramentskapel gebouwd.

Een andere belangrijke devotie was de Mariale devotie. In 1455 werd een kapelanie ingesteld en in 1461 - 1462 werd achter het koor in de kerk een Onze Lieve Vrouw-kapel met offerblokken ingericht. Dit ging gepaard met het ontstaan van een broederschap. Deze laatste vergaderde op O.L.V Hemelvaartsdag en kreeg hiervoor steun van de Stad Damme. In 1466 kreeg een kleine klok in de kerk de naam “Maria”. Er was ook een Maria-schilderij in het hoogaltaar (men vermoedt van Pieter Pourbus) die tijdens de godsdiensttroebelen vervreemd werd. In 1589 vroeg het Damse stadsbestuur aan Antwerpen om dit schilderij terug te geven, doch dit is nooit gebeurd.

muurschilderingen-dammeEr was ook een heiligencultus in Damme. In het begin van de 14de eeuw betrof dit Johannes, Bartholomeus en Andreas. Nadien kwamen Lauren (1342), Elooi (1349, met een gilde) en Nikolaas (1349, ook met een gilde). In 1455 waren er een 16-tal kapelanieën van Sint-Maarten ingesteld. Op één muurschildering in de kerk is Sint-Maarten nog te herkennen, de andere overgebleven muurschilderingen zijn niet meer identificeerbaar.

Devoties en relieken van heiligen lokten volk naar een kerk en een stad en brachten geld op. Naast het ontvangen van schenkingen zorgde de kerk ook voor extra inkomsten door de verkoop van bijvoorbeeld vaantjes, tekens, penningen, enz. Ook de stad voerde promotie voor de devoties, want dit bracht ook voor haar geld op: meer volk betekende meer verteer en logement voor de horeca en opbrengst van taksen voor het stadsbestuur.

Memoriezorg was een belangrijke bron van inkomsten voor de middeleeuwse kerk. Verscheidene priesters leefden hiervan. In 1429 bijvoorbeeld werd door de schepenen van Damme geacteerd dat Jan Kertijn en zijn vrouw Lisbette een huis schonken aan de pastoor van de O.L.V.-kerk van Damme en aan het Getijdencollege om hun jaargetijde te bekostigen. Memoriezorg was een soort verlenging van de begrafenis en was zeer gevarieerd en soms zeer uitgebreid naargelang de financiële mogelijkheden van degene die het instelde. Soms ging de jaarlijkse mis ook gepaard met de uitdeling van brood aan de armen. Vaak waren het alleen de rijkste burgers die zich dit konden veroorloven. Men kon zich ook laten begraven in de kerk. Oorspronkelijk mocht dit niet, maar later werd dit toegestaan voor wie dit kon betalen. Men wilde zijn graf liefst goed in het zicht, zodat men door veel mensen kon herinnerd worden en er ook velen voor de overledene zouden bidden.

professor-trio-lezing-museum-sincfalaProfessor Trio eindigde zijn lezing met te vermelden dat een aantal kerkelijke feesten snel een profaan karakter kregen. Dit gebeurde eerst binnen de kerk door priesters die een devotiespel opvoerden, wat nadien werd overgenomen door de rederijkers, waarbij er dan prijzen werden uitgereikt voor de beste vertoningen. Andere gebruiken waren het in de kerk rond smijten van niet gesacreerde hosties, het ronddelen van krakelingen en de verkiezing van een kinderbisschop of ezelpaus (waarbij de kerkelijke hiërarchie voor één dag in het jaar op haar kop werd gezet). Dit laatste had in het midden van de 15de eeuw nog de steun van de stedelijke en kerkelijke overheid, maar werd nadien, toen het te bont werd (door veel drankgebruik), door de overheden beëindigd.

Tekst: Marc De Meester
Foto’s: Etienne Decaluwé

 

Biografie
Prof. dr. Paul Trio is hoogleraar Middeleeuwse geschiedenis aan de KU Leuven en aan de KU Leuven Campus Kortrijk. Hij doceert er ondermeer geschiedenis van de Middeleeuwen, van de Nederlanden en Oud Schrift. Zijn onderzoek spitst zich voornamelijk toe op de geschiedenis van de middeleeuwen in de Nederlanden binnen de domeinen van de volksreligie en de stedelijke samenleving. Hij publiceerde over broederschappen, abdijen en kloosters, universitaire studiefinanciering, stadsbestuur en armenzorg. VNC-fellow aan het Nias in Wassenaar (2004-5). Mede-redacteur en mede-auteur van een boek over de abdij van Zonnebeke (2009). Studentendecaan aan de Kulak.

Een overzicht van de publicaties van Prof. Dr. Paul Trio vind je via deze link.

Praktische informatie
Lezingen zijn gratis voor leden van Geschied- en Heemkundige Kring Sint-Guthago. Niet-leden betalen 3,50 euro, bezoek aan het museum inbegrepen. Na de lezing bieden we je een drankje aan.

Er is parkeergelegenheid op de speelplaats van de gemeentelijke basisschool Het Anker, bereikbaar via de Felix Timmermansstraat.