>Sincfala Museum van de Zwinstreek
Sincfala,
Museum van de Zwinstreek
HomeActiviteitenActiviteiten 2011MuseumBabbel - Kapelletjes in West-Vlaanderen: devoties, legenden en verhalen - 23 oktober 2011

 

Kapelletjes in West-Vlaanderen: devoties, legenden en verhalen

Lezing op zondag 23 oktober 2011 om 10 uur door Valentin Degrande

kapel-knokke“Waar men gaat langs Vlaamse wegen, komt u Maria tegen”.  Deze preconciliaire spreuk bezit ook in het tweede decennium van de 21ste eeuw een grond van waarheid. Het landschap in Vlaanderen is nog steeds doorspekt met kapelletjes. Exacte cijfers zijn niet voorhanden, maar het aantal zal de 15.000 dicht benaderen. De spreker, Valentin Degrande, inventariseerde in West-Vlaanderen 2.776 kapellen, in alle vormen en afmetingen.

Kapellen zijn monumentjes, vergroeid met het landschap. Ze vormen een versteende getuigenis met een maatschappelijke relevantie.  Als exponent van een immaterieel en religieus aanvoelen blijven ze geïntegreerd in onze volkscultuur.

kapel-graaf-jansdijk

Sommigen zijn echte juweeltjes op vlak van architectuur, andere vormen binnenin een heus museum van heiligenbeelden en devotionele voorwerpen. Enkele staan er deels ontmanteld wat troosteloos en verlaten bij.

Op basis van de inventarisatie maakte Valentin Degrande een uitgebreide studie op de Mariakapelletjes. Daarbij keek hij naar de ligging, de bouwdatum, de aanleiding tot de oprichting… Ook benadert hij de kapelletjes met een volkshistorische benadering: welke heiligen er worden vereerd, volkse benamingen, bijzondere devoties, legenden, oorlogsverhalen en miraculeuze genezingen.

 

Al die diverse aspecten van de Vlaamse kapelletjes werden door de Valentin Degrande aangehaald in zijn met vele illustraties aangevulde lezing.

Verslag

Valentin Degrande was jarenlang leraar aan het O.L.Vrouwecollege te Assebroek. Hij is vooral geboeid door historische onderwerpen. Hij publiceerde al een aantal werken over de Eerste Wereldoorlog, vooral in West-Vlaanderen. In 2008 publiceerde hij een lijvige studie over een onderwerp van volkshistorische aard: ‘De kapelletjes van West-Vlaanderen: Waar men gaat langs West- Vlaamse wegen. Statistische en volkshistorische synthese van de West-Vlaamse weg- en veldkapellen’. Dat werk – gebaseerd op een tienjarig onderzoekswerk – werd bekroond met de premie van volkskunde van de provincie West-Vlaanderen. In het najaar van 2011 verscheen een encyclopedisch overzicht van de kapelletjes in West-Vlaanderen. In 7 delen werden ruim 2770 kapelletjes integraal beschreven en gefotografeerd.

Vooraf gaf de spreker aan dat hij in de loop van zijn lezing vooral de kapelletjes uit de regio Brugge zou toelichten en dit aan de hand van volgend schema:

  1. 2011-kapellen-degrandeinleiding - oorsprong van het woord ‘kapel’ en kort historisch overzicht
  2. blijvend teken van devotie?
  3. kapellen in tabellen
  4. vormen en benamingen
  5. waarom kapelletjes bouwen?
  6. legenden en verhalen
  7. ’Dienen’ bij kapelletjes
  8. oorlog en devotie
  9. wonderlijke genezingen

1. Inleiding

vivenkapelle-vierscharestraat-gebouwd-1903Het woord ‘kapel’ is afgeleid van het Latijnse woord ‘cappa’ dat ‘mantel’ betekent. Rond de cappa of mantel (als relikwie van een heilige zoals Sint-Maarten) ontstond er een eredienst waarover de lagere geestelijken de zorg droegen. Deze werden ‘capellani’ genoemd. In de Frankische periode vergleed de betekenis van het woord ‘capellani’ van de persoon van de bedienaar, naar de plaats van de eredienst. De naam kapel werd algemeen gebruikt om een bidplaats van lagere rang aan te duiden. Dergelijke bidplaatsen waren vaak het gevolg van een grote devotie tot een plaatselijke heilige of regionale heilige. Deze begripsverwisseling vinden we ook terug in het toponiem met ‘kapelle’, zoals in Vivenkapelle, Westkapelle e.a.

Bij de Grieken treffen we het gebruik aan van gebeeldhouwde zuilen of ‘stèle’. Dit is vergelijkbaar met de staande grafstenen op onze kerkhoven. Dergelijke zuilen verwezen naar een godheid. De Romeinen plaatsten beelden of nissen met beelden voor hun huisgoden of ‘lares’. Sommige van de nissen doen denken aan kleine pijlerkapelletjes uit onze tijd. Soms werd ook aan belangrijke kruispunten van wegen een beeld geplaatst. De Germanen aanbaden de natuurgoden, vaak op open plaatsen, in het bos of bij een bron.

Door de tweede missioneringsgolf in de 7de en 8ste eeuw werd de heidense cultusplaats wel behouden, maar het afgodsbeeld werd vervangen door een Mariabeeld of een Christusfiguur of nog een andere heilige. Vanaf de vroege middeleeuwen bouwt men kapelletjes in de vorm van kleine houten constructies, vaak als oriëntatiepunt in het landschap of als grenspaal tussen de bestaande heerlijkheden. De eerste stenen kapellen in West-Europa worden gesitueerd in de 14de eeuw.

2. Blijvend teken van devotie?

De ontkerkelijking van de voorbije vijf decennia heeft ook een negatieve invloed uitgeoefend op de devotionele praktijken. Toch blijft de kapel een centrum van devotie in onze moderne samenleving. De meeste eigenaars zijn zeer trots op hun kapel, zelfs al beweren ze zelf niet kerkelijk te zijn. Ruim de helft van de West-Vlaamse kapellen kent nog devotiepraktijken, zoals kaarsjes branden of een bidstonde houden. Het grootste bewijs van blijvende devotie bij en rond de kapellen is het feit dat zelfs in onze materialistische samenleving nog steeds nieuwe kapellen worden gebouwd. Mooi voorbeeld: de kapel aan de ‘Spaarpotweg’ te Poperinge.

3. Kapellen in tabellen

Voor elke regio (arrondissement) worden de meest relevante gegevens samengebracht in een vijftal tabellen. Af en toe worden de markantste vaststellingen becommentarieerd. De verschillende tabellen geven respectievelijk een mooi overzicht van het aantal kapellen, de indeling naar vormtypologie en bouwdatum, de toewijding aan een bepaalde heilige en de aanleiding tot de oprichting.

4. Vormen en benamingen

moerkerke-staakkapelMen kan alle kapellen ordenen volgens hun bouwvorm. Ze worden ingedeeld in een zestal vormen of groepen, hoewel bepaalde kapelletjes zelfs dan nog vanwege hun uitzonderlijke bouwvorm moeilijk onder te brengen zijn bij de ene of andere groep. We kunnen volgende vormen onderscheiden:

  • toegankelijke kapel: klein gebouwtje met de mogelijkheid binnen te stappen zoals de O.L.Vrouwkapel - ‘Waterhoek’ te Moerkerke.
  • pijlerkapel: gebouwd in de vorm van een pijl, met uitgespaarde nis, al of niet met een zadeldakje (of soms afgerond), zoals de O.L.Vrouwkapel in de Legeweg te Vivenkapelle.
  • mijtervormige niskapel: aparte vorm van pijlerkapel, waarbij de breedte groter is dan de hoogte, zoals de O.L.Vrouwkapel in de Damweg te Moerkerke.
  • muurkapel: gebouwtje, al of niet toegankelijk, deel uitmakend van de constructie van bestaand gebouw, zoals de Lourdeskapel te Rollegem.
  • open kapel: moderne vormgeving, het beeld staat al dan niet tussen aaneengesloten muren, zoals de zgn. ‘Marreytkapel’ - Middelburgse Steenweg te Moerkerke.
  • staakkapel: een nisje staat of hangt aan een betonnen of houten paal, zoals de O.L.Vrouwkapel in de Leestjesstraat te Moerkerke.

5. Titulering en naamgeving

Vrijwel alle kapellen zijn in hun omgeving vooral bekend onder een bepaalde naam, meestal gekoppeld aan een al of niet plaatselijk toponiem.

Naamgeving naar toponiem

Uiteraard zijn de kapellen toegewijd aan O.L.Vrouw van Lourdes veruit in de meerderheid. De regio Brugge telt ook vier Fatima-kapellen: bijv. de O.L.Vrouwkapel in de Hoornstraat te Moerkerke. Banneuxkapellen komen ook hier veelvuldig voor: bijv.: de O.L.Vrouwkapel in de Damweg te Moerkerke; de ‘Banneuxkapel’ te Gits.

Ten slotte treffen we een reeks kapellen aan toegewijd aan O.L.Vrouw en gekoppeld aan een regionale plaatsnaam; bijv.: de O.L.Vrouwkapel (O.L.Vrouw van Mikhem), Koolkerkesteenweg (grens Koolkerke) te Oostkerke; O.L.Vrouw van de Waterhoek te Moerkerke.

Naamgeving naar eigenschappen

onze-lieve-vrouw-waterhoek-te-moerkerkeO.L.Vrouwkapellen kunnen ook gerangschikt worden volgens bepaalde eigenschappen die men aan Maria toeschrijft; bijv.: ‘O.L.V. Nood zoekt troost’ te Zonnebeke; O.L.V. van Zeven Smarten in de Zwaanstraat te Vivenkapelle.

Kapelletjes met volkse benamingen

Bepaalde markante gebeurtenissen of personen in en rond een kapel kunnen aanleiding geven tot een keuze voor een volkse of folkloristische naam.

Bijvoorbeeld:

  • het ‘herderskapelletje’ in de Draaiboomstraat te Zuienkerke
  • de kapel van de ‘burenruzie’ – Doornstraat te Poperinge: na heel wat ruzie i.v.m. een strookje grond werd een kapel op die plek gebouwd als teken van verzoening.

Kapelletjes toegewijd aan minder bekende heiligen

Bijv.: de H. Corneliuskapel (Lapscheure), de Livinus- en Annakapel (Westkapelle); de Ritapel (Hoornstraat Moerkerke).

6. Waarom kapelletjes bouwen? Aanleiding tot oprichting

Bijna 60% van de kapellen werd opgericht als gevolg van een gelofte bij ziekte, oorlogsomstandigheden, gedachtenis aan een persoon of een grote devotie tot een heilige. Daarbij moet men ook in overweging nemen dat voor een groot aantal kapellen de motivatie voor het bouwen van een kapel niet of nooit meer achterhaald kan worden. We kunnen ook een uitzonderlijk gevarieerde groep vermelden met een ‘bijzondere’ aanleiding.

Voorbeelden:

  • de ‘Altena’kapel (Weststraat Vivenkapelle): ter herinnering aan de dood (vermoord) van Ignace Thibault de Boesinghe
  • O.L.Vrouwkapel (Daverlostraat Assebroek): dank voor geboorte van een dochter na een reeks zonen
  • Visserskapel (Heist): goede vangst en behouden thuiskomst
  • O.L.V. van de Waterhoek (Moerkerke): bescherming tegen jaarlijkse overstromingen
  • de Sprietskapel (Ichtegem): bescherming tegen spokerijen
  • ‘Strubbes kapelletje’ (Oostkerke): “J. Dombrecht doodgevroren op 5-1-1857, weduwe liet een boomkapelletje hangen aan de linde bij de balie. In 1949 werd de boom omgehakt en werd een stenen kapel gebouwd”.

7. Legenden en verhalen

“In de literatuur i.v.m. de volksdevotie omschrijft men een legende als een hagiografische sage, een vertelling met een religieus en moraliserend karakter, met als doel de lezer of luisteraar tot meer daadwerkelijk geloof aan te sporen. Vaak worden deze legenden en mirakelverhalen door de eigen verbeelding gestimuleerd en aangevuld om zo meer pelgrims te lokken naar de plaats waar een lokale heilige wordt vereerd.”

Voorbeelden:

  • O.L.Vrouwkapel van Wijnendale (Torhout): rond het ontstaan worden heel wat legenden en verhalen verteld. Sommigen schrijven de bouw van een eerste kapel toe aan het ontdekken van een waterbron tijdens een lange droogteperiode; anderen schrijven de devotie toe aan het feit dat op die plaats twee kinderen door struikrovers werden vermoord. Een minder verspreide legende verhaalt hoe een gelovig man een klein houten Mariabeeld vond. Hij plaatste het in een kleine kapel in een oude eik. Toen de oude eik werd geveld, bracht men het beeldje naar de Sint-Pieterskerk in Torhout. Groot was de verwondering toen de volgende dag het beeldje teruggevonden werd in de boomput van de eik. Het werd vervolgens verstopt in de kerk op een onvindbare plek. ’s Anderendaags lag het opnieuw in diezelfde boomput. Na deze wonderbare gebeurtenis besloot men op die plaats een kapel te bouwen.
  • O.L.Vrouwkapel Leopoldvaart-Noord (Oostkerke): 100 jaar terug/ boer kon de dood van zijn vrouw niet aanvaarden > Maria verschijnt hem > zegt dat zijn vrouw in de hemel het goed maakt; kapel nu gebouwd op de plaats van de verschijning (zonder het verhaal te kennen).

8. “Dienen” bij kapelletjes

Een typisch verschijnsel bij weg- en veldkapellen is het ‘dienen’ van de gelovige.

Bijvoorbeeld:

  • Blindekenskapel (Brugge): dienen tegen blindheid en oogkwalen
  • de kapel Ter Ruisscher (Moerkerke): dienen tegen moeraskoortsen
  • kapel Saffers Kruis (Wervik): men moest dienen om een genezing te vinden voor kinderen die ‘(te) lang wachten van stappen’.

9. Oorlog en devotie

Zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog hebben zeker ook in West-Vlaanderen een grote invloed uitgeoefend op de devotiepraktijken bij de kapelletjes. Ook het aantal nieuw opgerichte kapellen, als gevolg van de oorlog, werd er door beïnvloed. Dit laatste was een constant gegeven bij de geallieerde luchtbombardementen tijdens WO II.

Voorbeelden:

  • H. Hartkapel (Dudzele), de zgn. ‘kapel van de oud-strijders is een dankkapel voor de gesneuvelden (WO I)
  • O.L.Vrouwkapel te Hoeke (Krinkeldijk): is gebouwd uit dank omdat niemand werd opgepakt bij inspectie door de Duitsers tijdens WO II (op zoek naar wapens)
  • de O.L.Vrouwkapel te Oostkerke (Koolkerkesteenweg): gedachtenis aan het dodelijk ongeval van R. Standaert en R. Storme na een mijnontploffing (WO II).

10. Wonderlijke genezingen

Een spectaculaire genezing werd vaak als miraculeus bestempeld en vormde de aanleiding voor de bouw van een kapel. Dergelijke wonderlijke genezing zorgde dan ook voor een plotse groei van de devotiepraktijk voor de heilige die in die kapel werd vereerd. Wat medisch-wetenschappelijk niet kon verklaard worden, werd door de gelovige volksmens al vrij vlug erkend als een miraculeuze genezing. Vb.: te Heule (Emiel Hullebroecklaan) laat een man een wondermooie kapel bouwen nadat zijn vrouw uit coma was ontwaakt.

Tot slot

De meeste studies van de laatste jaren wijzen overduidelijk op een groeiende interesse voor dit kleine erfgoed. Daar waar het kerkbezoek terrein verliest, blijven kapelletjes voor veel mensen een intiem rustpunt. Daar kunnen ze bidden wanneer en hoe ze willen, los van kerkelijke voorschriften. Kapellen zijn monumentjes vergroeid met het landschap. Ze vormen een versteende getuigenis met een maatschappelijke relevantie. Als exponent van een immaterieel en religieus aanvoelen blijven ze geïntegreerd in onze volkscultuur. Daarom zijn ze het meer dan waard om ze te koesteren en te bewaren’.

Verslag en foto’s: Etienne Decaluwé

Praktische informatie

Lezingen zijn gratis voor leden van Geschied- en Heemkundige Kring Sint-Guthago.
Niet-leden betalen 3,50 euro, bezoek aan het museum inbegrepen.
Na de lezing bieden we je een drankje aan.

Plaats:

Sincfala, Museum van de Zwinstreek, Pannenstraat 140, 8300 Knokke-Heist. (tel 050-530-730)
Parkeergelegenheid: op de speelplaats van de gemeentelijke basisschool Het Anker (bereikbaar via de Felix Timmermansstraat)