>Sincfala Museum van de Zwinstreek
Sincfala,
Museum van de Zwinstreek
HomeActiviteitenActiviteiten 2015Zondagbabbel - Praten over ondergoed. Vrouwen over hun lichaam en identiteit. - Zondag 25 oktober 2015

 

Zondagbabbel - ‘Praten over ondergoed. Vrouwen over hun lichaam en identiteit.'

Lezing op zondag 25 oktober 2015 om 10 uur door Chantal Bisschop

 

chantal-bisschop-lr

Drie generaties vrouwen vertellen openhartig over hun ervaringen met ondergoed. Niet alleen over de evolutie in de materialen, stoffen en kleuren van beha’s en onderbroeken. Maar ook over de drager, de vrouw zelf. Wat betekende voor hen het kopen, dragen en wassen van ondergoed vroeger?

Intieme getuigenissen van gewone vrouwen die voor het eerst een beha kopen en zich ineens ‘een echte vrouw’ voelen. Verhalen over het dragen en inrijgen van korsetten, het krijgen van borstjes en de commentaar van nonnen erop, de schaamte, trouwbeha’s, het ideale lichaam en waslijnen vol maandverbanden, ‘snelzeikers’ en strings.

De verhalen van deze vrouwen ontsluieren de ongeschreven, vluchtige geschiedenis van alledag.

Verslag van de lezing

Op zondag 25 oktober 2015 mocht voorzitter Eric Huys in Museum Sincfala 27 aanwezigen verwelkomen voor de lezing "Vrouwen en hun ondergoed 1930-2015" en de spreekster voorstellen. Dr. Chantal Bisschop is een streekgenote. Ze is geboren te Brugge in 1984 en opgegroeid in Sijsele en omgeving. Ze studeerde moderne geschiedenis aan de KU Leuven en de Université François Rabelais in Tours. Ze maakte een thesis over Ondergoed, een geschiedenis van betekenisgevende praktijken in Vlaanderen, 1930-2006 en voltooide ook de academische lerarenopleiding. Chantal Bisschop promoveerde in 2012 tot doctor in de Geschiedenis aan de KU Leuven met het proefschrift “Als landbouw en platteland niet meer samenvallen", De Landelijke Gilden, Vlaanderen, 1950-1990.

De verwerking van haar doctoraat is recent verschenen in een boek. Chantal Bisschop werkt bij het centrum voor Agrarische Geschiedenis (CAG) en legt zich toe op de vernieuwing van de studie van immaterieel cultureel erfgoed. Wat is immaterieel cultureel erfgoed? Het is niet tastbaar, maar wordt door een bepaalde gemeenschap belangrijk bevonden. Het wordt doorgegeven van generatie op generatie en is dynamisch, kortom dus een definitie van mentaliteitsgeschiedenis. Daaronder vallen o.a. orale tradities, podiumkunsten, sociale gebruiken, festiviteiten, kennis en kunde op het vlak van de natuur, traditioneel vakmanschap, enz.

Voorbeelden hiervan zijn: frietkotcultuur, de groeiende afstand tussen mens en dier door de industrialisering van de landbouw, de evolutie van het paard en de tractor in de landbouw en de daar mee gepaard gaande mentaliteitswijzigingen, de rol van de vinkenzetting, garnaalvissen te paard, schapendrijven, menwedstrijden, duivensport, de evolutie van de nuttige huisdieren (honden, katten) op de boerderij tot de commerciële hype vandaag.

Inleiding - 10 vrouwen uit 3 generaties

chantal bisschopChantal Bisschop begon haar lezing met een korte schets te geven van haar onderzoek voor haar thesis die handelde over de omgang met ondergoed, het lichaam, de identiteit, de praktijken en de alledaagse belevenisgeving. Hiervoor interviewde ze 10 vrouwen uit drie generaties, geboren tussen 1923 en 1977. De lezing is gebaseerd op hun verhalen. Onderbroeken, korsetten en beha’s zijn persoonlijke kledingstukken, een dunne laag tussen het lichaam en de buitenwereld. Praten over die betekenisgeladen onderkleding gaf aanleiding tot getuigenissen over het leven, de kerk, het lichaam en zichzelf. Maar praten over ondergoed was soms moeilijk en af en toe leek er zelfs geen taal voor te bestaan. In deze aarzelingen en stiltes klonk de schaamte van weleer door.

Het korset

DSC04877kopieHet eerste kledingstuk dat aan bod kwam was het korset, dat een lange geschiedenis kent. Het is reeds gekend uit de 17de eeuw, misschien zelfs reeds van in de 14de eeuw. Op een afbeelding uit de 19de eeuw kon men zien hoe het korset werd ingesnoerd. Soms werden de ingewanden van de vrouw verplaatst door een te sterke insnoering. Na de Eerste Wereldoorlog was het nagenoeg gedaan met het korset, doch in Vlaanderen werd het hier en daar wel nog wat langer gedragen. Er bestond ook een speciaal zwangerschapskorset om de zwangerschap weg te steken.

Het was de moeder die bepaalde wanneer het korset voor de eerste maal door haar dochter moest worden gedragen. Meestal was dat bij de Eerste Communie of wanneer het meisje voor het eerst naar het internaat moest.

Op de vraag waarom men een korset droeg, was het antwoord van de geïnterviewden: “voor de buik en de strafte in je rugge”. Het was dus om een ideale rechte lichaamshouding te bekomen. Ook baby’s werden vroeger ingebunseld. Zij moesten goed recht liggen met een rechte rug. Dit gebruik verdween echter tegen de 20ste eeuw. Op het platteland bleef dit weer wel wat langer bestaan. Op de leeftijd van 8 weken kregen de kinderen een soort kinderkorset, een verstevigd hemdje. Dit werd gedragen tot ze naar het eerste leerjaar gingen. Vanaf de leeftijd van 12 jaar kregen ze dan een echt korset met baleinen.

De gaine, de beha en de string

Later kwam de gaine, een soort soepel buikkorset zonder baleinen. Dit bestond uit een meer elastische stof dan het korset en was minder straf. Dit was voor de enen een bevrijding, maar dan weer niet volgens andere vrouwen, zo bleek uit het onderzoek. De gaine bestaat ook vandaag nog.

De beha zou uitgevonden zijn door een Amerikaanse vrouw die het korset te lastig vond. Zij heeft deze beha zelf gemaakt. Door het katholieke denken moest alles bedekt worden en de eerste maal dat ze een beha droegen bleef in het geheugen zitten van de geïnterviewde vrouwen: wanneer en bij welke gelegenheid. In het begin was de beha niet bekend op het platteland. Door het dragen ervan werden vrouwen trotser en het moment dat het voor het eerst gedragen werd, betekende een transformatie van kind naar volwassene, op de leeftijd van 16 à 18 jaar.

Een ander soort ondergoed, de string, had een geladen betekenis. Het ontstond in de jaren ’70 in Brazilië. Het was een eindpunt in een lange evolutie van heel veel ondergoed naar veel minder.

De onderbroeken

DSC04899kopieVerschillende foto’s die Chantal Bisschop tijdens de lezing toonde waren van het Ondergoedmuseum te Putte. Dit museum heeft een uitgebreide collectie ondergoed van 1900 tot 2000. In deze collectie zit een open onderbroek van rond het jaar 1900. Deze allereerste onderbroek die door vrouwen werd gebruikt, was er een zonder kruis en werd “snelzeiker” of “tweeloop” genoemd. Door deze open onderbroek konden de vrouwen snel op het land gaan plassen in plaats van naar de wc in de boerderij te moeten lopen. Vóór de “snelzeiker” werden geen onderbroeken gedragen, maar wel meerdere rokken over elkaar. Gesloten onderbroeken werden voor het eerst in Parijs gedragen.

Het wassen van het ondergoed

Het laatste deel van de lezing ging over het wassen van het ondergoed. Oudere vrouwen vertelden dat ze niet zo vlug een propere onderbroek aantrokken, want ze hadden er maar drie. De was doen was vroeger een heel evenement. Eerst werd het goed “ter weke gestoken”, uitgespoeld, op “de bleek gelegd”, gewassen met zeep en gedroogd. Er werd meestal een schort boven de kleren gedragen om deze te beschermen zodat ze minder moesten gewassen worden. De komst van de wasmachine was een breekpunt en wassen is nu niets meer in vergelijking met vroeger. En nu zijn er ook nog droogkasten. Vroeger werd er soms maar om de 3 maand gewassen.

DSC04902kopieIn de geschiedenis van het wassen ziet men in de 19de eeuw een professionalisering door de opkomst van wasserijen. In de 20ste eeuw kwam er dan weer een deprofessionalisering: er werd weer meer thuis gewassen door de wasmachine. Vroeger werd de was binnen gedroogd boven de kachel.

Het drogen van de onderbroeken aan de wasdraad was een vorm van sociale controle. Zo kon de omgeving zien dat de vrouw des huizes goed haar werk deed als het ondergoed goed wit was. En als er eens geen maandverbanden op de draad hingen, werd er in de buurt geroddeld dat daar iemand zwanger kon zijn.

Vroeger was de perceptie dat wat proper is kraakwit moest zijn. Nu wil proper zeggen dat het hygiënisch en gezond is. We spreken nu van een medicalisering van de maatschappij.

Chantal Bisschop besloot haar lezing met te stellen dat de geschiedenis van het vrouwenondergoed meer is dan een evolutie van stukken stof. Het is een geschiedenis van het omgaan met vrouwelijkheid en het ideale lichaam met hulpmiddelen. En het gaat ook om persoonlijke verhalen die een blik werpen op de ongeschreven, vluchtige geschiedenis van alledag.

DSC04868Verwijzingen

Er zijn twee artikelen verschenen over dit onderwerp van de hand van de spreekster:

  • Bisschop, C., 'Een geschiedenis van ondergoed. Praktijken, identiteit en lichamelijkheid (Vlaanderen, 1930-2006)', in: Historica, 32 (2009), 3, pp. 15-17;
  • Bisschop, C., 'Praten over beha's. Vrouwen over hun lichaam en identiteit', in C. Santing (red.), in: Lijf en leden. Gender en het historische lichaam. Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis, 28 (2008), pp. 104-123.

Hierna dankte voorzitter Eric Huys de spreekster voor deze zeer schitterende lezing over immaterieel cultureel erfgoed of mentaliteitsgeschiedenis. De voormiddag werd dan zoals gewoonlijk afgesloten met een drankje aangeboden door Museum Sincfala.

Marc De Meester
Foto's: Etienne Decaluwé

Praktische informatie

toegang-felix-timmermanstraat-37 Lezingen zijn gratis voor leden van Geschied- en Heemkundige Kring Sint-Guthago.
Niet-leden betalen 3,50 euro, bezoek aan het museum inbegrepen.
Na de lezing bieden we je een drankje aan.

Plaats

Sincfala, Museum van de Zwinstreek
Pannenstraat 140, 8300 Knokke-Heist.
Tel. 050 530 730  Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien. 

Parkeergelegenheid

Op de speelplaats van de gemeentelijke basisschool Het Anker, bereikbaar via de Felix Timmermansstraat nummer 37 (klik op de foto voor Google streetview)