>Sincfala Museum van de Zwinstreek
Sincfala,
Museum van de Zwinstreek
HomeNieuwsNieuws 2010Twee molenaars voor de Kalfmolen

 

OMD-Kalfmolen-001Na een paar jaar van inactiviteit draait deze unieke molen weer

De Kalfmolen aan de Graaf Jansdijk is opnieuw operationeel. De afgelopen maanden hebben twee nieuwe molenaars zich ingewerkt. Bij voldoende wind laten ze de molen weer draaien. De twee molenaars – Ivan Maertens (Heist) en Stijn Vancauwenberghe (Sint-Joris Beernem) - zijn op Open Monumentendag (zondag 12 september 2010) voorgesteld door schepen van Erfgoed Danny Lannoy.

“Het gemeentebestuur van Knokke-Heist is opgetogen dat de Kalfmolen aan de Graaf Jansdijk weer draait en dat twee molenaars zijn gevonden om de molen ook draaiende te houden. De afgelopen maanden is er in overleg met de molenaars hard gewerkt.”, zei schepen van Erfgoed Danny Lannoy bij de presentatie van de molenaars.

De Kalfmolen werd in 1939 als eerste molen in België beschermd en is sinds 1974 eigendom van de gemeente Knokke-Heist. Na het uitblijven van een restauratie door administratieve problemen liet het bestuur in 1977 uit veiligheidsoverwegingen de wieken van de molen halen. Pas een jaar later kwam het tot een aanbesteding. De werkzaamheden werden in 1980 afgerond met een opening. Na het vertrek van de molenaar in 2005 begonnen de problemen opnieuw. Schepen Danny Lannoy: “Een molen die niet draait, komt snel in verval. Door een breuk in een van de twee pestels – een dikke houten balk die door de askop van de molen loopt met aan elke pestel twee wieken – kon de molen niet meer draaien. Het herstel nam enkele jaren in beslag. Nadien kon de zoektocht naar een nieuwe molenaar weer van start gaan. En dat is ons gelukt.”

De molen is maalvaardig maar nog niet perfect in orde. Een molenbouwer zal in 2011 de laatste mankementen wegwerken. Dit gebeurt met steun van de Vlaamse overheid. Een driejaarlijkse inspectie door Monumentenwacht West-Vlaanderen moet eventuele problemen signaleren. Een overeenkomst met een molenbouwer zal sneller eventuele mankementen oplossen.

Molenaars

Stijn Vancauwenberghe (1981) woont in Tielt. Hij volgde de molenaarscursus in 2007-2008 en was al vroeg gebeten door de molenmicrobe. Stijn Vancauwenberghe: “Ik ben molenaar geworden uit interesse voor molens. Al van mijn 9de trok ik naar molens, om molen en molenaar aan het werk te zien. Ik verzamel de brochure Wenkende Wieken van bij het begin. Mijn opleiding als houtbewerker komt in de molen handig van pas.”

Ivan Maertens (1961) woont in Knokke-Heist (Heist). Ook hij volgde het theoretische deel van de molenaarscursus. “Het begon met een bezoek aan de molen in Hoeke. Als technicus is hij geïnteresseerd in hoe de dingen vroeger werkten. Een molen is daar een goed voorbeeld van. Ik volgde het grootste deel van de molenaarscursus, maar maakte mijn 100 uren stage niet af. Die ervaring kan ik op de Kalfmolen op doen”, zegt Ivan Maertens. Naast het molenaarschap is hij compostmeester en voorzitter van VELT, Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren.

“In recordtempo hebben Stijn en Divan ervoor gezorgd dat de Kalfmolen weer een centrale plaats inneemt in deze mooie buurt”, stelt schepen Danny Lannoy. De pas aangestelde molenaars staan in voor het gangbare onderhoud, het laten draaien van de molen met de mogelijkheid graan te malen en het onthaal van bezoekers. Daarvoor is een informatiefoldertje uitgegeven dat bij een molenbezoek te verkrijgen is in vier talen: Nederland, Frans, Duits en Engels.

OMD-Kalfmolen-003Geschiedenis Kalfmolen

In de 17de eeuw werd op de Graaf Jansdijk, die dateert uit begin 15de eeuw, een molen gebouwd die naar de wijk waar hij staat werd genoemd: ‘De Kalfmolen’. Waar oorspronkelijk de zeedijk lag, zou volgens de overleveringen eerst een watermolen hebben gestaan. In die tijd heette de buurt Oosthoek en pas toen de dijk stevig genoeg was, kon er gedacht worden aan een open standaardmolen op de hoogte, in de wind en volgens het type uit de 16de eeuw. Dank zij het onderzoek van Maurice Coornaert in zijn boek ‘Knokke en Het Zwin’, weten we met zekerheid dat ‘de muelen die op den zeedijk staet’, in 1690 gebouwd, de Kalfmolen was.

In de eeuwen die volgden werden de namen van molenaars opgetekend om tot Ignace Devos te komen, pachter in 1834 en vermeld in de kadasterlegger uit die tijd. In de balken werden meerdere namen gegrift zoals Collyn 1733, J.P. Delanghe 1770, T. Tytens (zonder datum) en L.P. Devos 1864. Na Pol Devos werd de molen verkocht aan Edward Verheye, de Grauwen, zoals hij werd genoemd. Hij bleef er tot 1914. Door de Eerste Wereldoorlog viel de molen stil en raakte grotendeels in verval. De Belgische Staat verwierf het eigendom en liet de molen herstellen. Pas in 1926 zette molenaar Lotheir Peel de Kalfmolen opnieuw in werking. Door het gebrekkige molenmechanisme hield molenaar Peel er na één jaar mee op. Dan bood zich nog een zekere Fons Hillens aan, maar hij vond de pachtprijs te hoog.

De Caelfmolen (1760), de Calfmolen (1772), de Kalfmeulen (1838) werd in 1928 aangekocht door de vrienden van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen met medewerking van het gemeentebestuur van Knokke, de vereniging Het Zoute en de Touring Club van België. Zo kon de molen van het Kalf behouden blijven en andermaal worden ingewijd tijdens de folklorefeesten in augustus 1928. In latere jaren had de molen hoe langer hoe meer te lijden van de tand des tijds. Na de Tweede Wereldoorlog werd de molen hersteld en zag hij er een tijdje weer zo goed als nieuw uit. Hoewel de molen vanbinnen volledig was uitgerust, werd hij niet in werking gezet.

Over molens

De meeste Vlaamse windmolens kunnen in twee duidelijk onderscheiden hoofdtypes worden ondergebracht: stenen windmolens en houten staakmolens of standaardmolens, zoals de Kalfmolen. Staakmolens zijn veel ouder dan stenen molens. De oudste vermelding dateert uit een oorkonde van 1183 die handelde over het al of niet mogen plaatsen van molens te Wormhout (Frans-Vlaanderen). Dat het hier houten staakmolens betrof, is zo goed als zeker omdat stenen molens pas in de 14de eeuw bekend raakten. De staakmolen is waarschijnlijk een Vlaamse uitvinding.

Het principe van een staakmolen steunt op het feit dat om in de wind gezet te worden, het hele molenkot meedraait, dit in tegenstelling tot de stenen molen, waarbij alleen de molenkap met de wieken meedraaien.

schema-staakmolen-1Houten staakmolen

Het molenkot met het volledige binnenwerk steunt op een zeer zware eiken standaard of staak (staakmolen). De molenstaak van de Kalfmolen heeft een diameter van 55 cm. Deze staak wordt op zijn beurt rechtgehouden door 4 dubbele steekbanden die op kruispalen steunen, die op hun beurt rusten op teerlingen (dit zijn met bakstenen gemetselde steunblokken). Dit alles vormt de onderbouw of de voet van onze staakmolen. Het molenkot is bereikbaar via een brede trap, die samen met een van de staak vertrekkende balk de staart van de molen vormt. Aan het uiteinde van die staart zit een windas met kruiketting. Die windas dient om de molen in de wind te zetten (kruien). Het molenkot, waarin de maalinrichting huist, is 10 meter hoog bij 5 meter breed waarin de maalinrichting huist.

De Kalfmolen heeft twee maalstoelen. Daarnaast tref je er ook nog een volledig assenstelsel aan, met tand- en kamwielen die instaan voor het aandrijven van de molenstenen. De maalstoelen zijn gelegen op de bovenste verdieping van het twee verdiepingen tellende molenkot. Dit wordt de steenzolder genoemd. Op deze verdieping bevinden zich de molenstenen, waarvan het voorste koppel een diameter heeft van 150 cm en waarvan elke steen 1200 kg weegt. Het achterste koppel meet 120 cm en weegt 800 kg per steen. Het gemalen graan (meel) verdwijnt in de meelkokers, die op hun beurt uitmonden op de benedenverdieping of meelzolder. Dit is de pleisterplaats van de molenaar bij het malen. De zakken met graan of meel worden respectievelijk opgetrokken of neergelaten door het luiwerk.

De vier wieken, die een vlucht hebben van 22 meter per twee wieken, brengen de windenergie over op het molenmechanisme. Bij onvoldoende wind kunnen de wieken bedekt worden met zeilen. De vier wieken worden bijeengehouden door de askop, die 1500 kg weegt. Binnenin, onder de molenkap, loopt een wiekenas waarop het vangwiel en voorwiel gemonteerd zijn. Het vangwiel heeft een doormeter van 3 meter, die van het voorwiel is iets kleiner. Beide hebben 48 kammen die elk op hun beurt een lantaarn met 13 stangen aandrijven. Wanneer de molen niet draait of wordt stilgelegd, gebruikt de molenaar een vang (dit is een soort van trommelrem). Staakmolens malen tegenwoordig enkel nog tarwe. De Kalfmolen is echter ook voorzien van een haverpletter. Vroeger werden staakmolens ook nog gebruikt om o.a. oliezaden te pletten of tabak te versnijden of zelfs vlas te zwingelen.

Meer info:

Dienst Erfgoed – Pannenstraat 140 – 8300 Knokke-Heist – Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.www.sincfala.be – Estelle Slegers: Erfgoedcoördinatrice