>Sincfala Museum van de Zwinstreek
Sincfala,
Museum van de Zwinstreek

De landbouw en de visserij vanaf 1650

Na de oorlogen van de Spaanse tijd komt er in de 18de eeuw onder Oostenrijks bestuur een landhervorming. Om te voorzien in de behoeften van de groeiende bevolking wordt het Zwingebied verder ingepolderd. Naast de aloude schapenteelt komt er intensieve landbouw met nieuwe gewassen als koolzaad, aardappelen en suikerbiet. In de 18de en 19de eeuw wordt de afwatering van de polders gemoderniseerd.

Schapenteelt
Schapen begrazen de pas bedijkte schorren en bemesten de grond met hun uitwerpselen. De beste schaapherders komen uit de Kempen of Limburg. De kustbewoners noemen ze Duitse schapers en verdenken ze van tovenarij. De schapenteelt neemt echter gestaag af en is halfweg de 19de eeuw bijna verdwenen.

Kaart Hazegras 1784
In 1784 voltooit landmeter Lippens de bedijking van de Hazegrasschor. Zoals gebruikelijk sinds 1600 zijn de kavels er groot en rechthoekig. Autonome instellingen, de Wateringen, onderhouden de dijken en de afwatering met een jaarlijkse belasting van de grondeigenaars. Lippens bedijkt ook de Zouteschor, waar later onder impuls van de Lippensfamilie de villawijk Het Zoute wordt gebouwd.

Kaart Willem Leopoldpolder
De aanleg van de Internationale Dijk in 1872 is een gemeenschappelijk project van het inmiddels onafhankelijke België en Nederland. De nieuw gewonnen Willem Leopoldpolder strekt zich uit over de kuststroken van beide landen. Hiermee zijn de laatste stukjes schor ingepolderd en is de Zwinmonding bijna volledig afgesloten. Voormalige zeedijken zijn nu binnendijken.

landmetersgerief_web_klein

Landmeter Lippens
De Moerbeekse Philippe-François Lippens (1742-1817) is een befaamd landmeter en dijkgraaf. Hij is ook een deskundig ontwerper van waterwerken. Hij koopt en bedijkt enkele gebieden in de Zwinstreek, waaronder de Hazegras- en Zouteschorren en beschrijft zijn ervaringen in zijn dagboeken.

Landmetersgerief (19de eeuw)

Audiofragment (tekstweergave)
Dit jaar, 1790, is een zeer gelukkig jaar voor mij. De andere jaren zijn ook goed geweest, zeer goed zelfs, maar zeer druk. 'k Ben 48 nu. Ik voel me niet oud, maar het doet toch deugd om het wat kalmer aan te doen. Een beetje meer thuis werken, wat meer bij mijn vrouw en kinderen, die anders toch vaak alleen achterblijven. Ik ben landmeter en zo moet ik vaak op stap: opmetingen in de haven van Oostende, de kanalisatie van de Zenne in Henegouwen, inspectie van de Krankloonpolder in Beveren-Waas... Waterwerken zijn mijn specialiteit.

Soms ga ik met de koets, soms over het water, met de trekschuit. Als ik mijn dagboeken van de afgelopen jaren herlees..."soupé en logé thuys", ach, het staat er zelden in.

1784, dat was een belangrijk jaar: toen heb ik met mijn neef De Bock een groot deel van de Hazegrasschor gekocht. Ik moest het indijken. Eerst de plannen, de vergaderingen, de voorbereidingen en dan eindelijk het werk op 't schor zelf.

Ik lees het hier in mijn dagboek, op13 juli: ten 2 uren s morghens met 7 ploegen ofte 24 spaeden begonnen het groot gat te sluyten. Ten 5 uren het waeter gedempt en gereden tot den 10 uren, alswanneer het waeter begon te vallen." Altijd een schoon moment! 'k Heb later op de Nieuwe Hazegraspolder koolzaad en gerst gezaaid voor de verkoop. 't Is mijn belangrijkste bron van inkomsten geworden.

Soms spande het er om. Nog geen maand na de indijking kwam boer Huybens me wekken. De Hollanders hadden langs Sluis zeewater gestoken. Met man en macht hebben we toen de gaten gestopt om het zoute water tegen te houden. En daar is het niet bij gebleven. Van het gouvernement moest ik de grens gaan inspecteren. Want daar draaide 't allemaal om. De Hollanders en de Oostenrijkers maakten ruzie over de grens.

Mijn werk op 't Hazegras was een succes. Ik heb dan nog meer schorren gekocht en ingedijkt: de Ferdinanduspolder in Moerbeke, een deel van de Hoofdplaat in IJzendijke, de Commandeursplaat en de Zouteschor bij Knokke. Ben eens benieuwd wat mijn nageslacht ermee zal aanvangen!

Van schor tot polder

Ontzilting
De regen spoelt het zout weg uit de bedijkte schor. Grazende schapen en vee bemesten de grond met hun uitwerpselen en stimuleren de plantengroei.

Afwatering
Het overtollige water wordt afgeleid via greppels, sloten en kanalen. De afwatering veroorzaakt verzakking of inklinking van de bodem.

Eerste teelten
Alleen het dunne, vruchtbare sliblaagje wordt omgeploegd. De eerste teelten zijn koolzaad en wintergerst. Die groeien ook op arme gronden en verrijken er de bodem.

Vruchtbare polder
De teelten worden uitgebreid naar tarwe, bieten en aardappelen. Het waterniveau wordt geregeld door de afvoer van overtollig regen- en oppervlaktewater.

Oorlog verscheurt de Zwinstreek | Urbanisatie