>Sincfala Museum van de Zwinstreek
Sincfala,
Museum van de Zwinstreek

De toeristische start van Heist en Knokke

De Engelse toeristen liggen in het begin van de 19de eeuw aan de basis van het moderne kusttoerisme in Vlaanderen. In het Engeland van de 18de eeuw zijn kuuroorden enorm populair bij hogere klassen (adel en jonge industriëlen), die de plaatsen zowel voor een gezondheidskuur als voor het society-amusement bezoeken. Het grote succes leidt tot een tekort aan minerale bronnen en nadat alle kuuroorden volzet zijn, ontdekt men de zee. Jonge Engelse badsteden, zoals Brighton, spiegelen zich oorspronkelijk aan de traditionele kuuroorden, zoals Bath, maar gaan zich later op hun eigen manier ontwikkelen. Dijkpromenades en strandgenoegens worden er belangrijker dan de eigenlijke gezondheidskuur.

Voor de Engelsen is Oostende een belangrijke haven om hun continentale reis te beginnen. De grote toevloed Engelse toeristen (in 1750 waren er ca. 40.000 Engelse toeristen in Europa) groeit na 1815 nog aan met de battlefield tourists op weg naar het slagveld in Waterloo. De grote doorbraak komt er in 1834, toen koning Leopold I, die lange tijd in Engeland doorbrengt, Oostende verkiest voor een buitenverblijf.  Oostende wordt enkele jaren later zelfs rechtstreeks met Brussel verbonden door een spoorweg (1838), waardoor Oostende kan uitgroeien als eerste badstad aan de kust.

Daarna volgt Blankenberge, waar de betere kringen uit Brugge zich graag laten zien. De definitieve doorbraak voor Blankenberge komt er na 1863, toen ook Blankenberge wordt aangesloten op het spoorwegnet. Als derde badstad volgt Heist, vanwaaruit de toeristen enkele jaren later op een ezel Knokke ontdekken.

Mobiliteit en bereikbaarheid

Zowel voor Oostende als Blankenberge is het duidelijk dat de bereikbaarheid zeer belangrijk was voor de grote doorbraak. Ook Heist en - enkele decennia later - Knokke, kunnen pas toeristisch openbloeien nadat zij gemakkelijk bereikbaar worden. In 1868 wordt de spoorlijn van Blankenberge doorgetrokken tot Heist. Toeristen die naar Knokke willen, worden aan het station van Heist (vanaf 1885 op de plaats van het huidige infokantoor) met de koets afgehaald. Knokke wordt pas in 1890 rechtstreeks bereikbaar vanuit het binnenland door de tramlijn Brugge-Westkapelle-Knokke-Heist en krijgt pas in 1926 een eigen treinstation. Na de Eerste Wereldoorlog wordt de auto belangrijk. Knokke en Heist worden bereikbaar via twee grote invalswegen: de Kustweg en de Natiënlaan (1935). In 1929 krijgt Knokke zelfs een kleine luchthaven. Dit vliegveld ligt bij het huidige Zwinreservaat en verdwijnt in 1960.

Hotels en etablissementen

Vanaf 1860 is een stijgende toeristische activiteit vast te stellen in Heist. De eerste hotels verschijnen op de Heistse Zeedijk: de Pavillon du Phare (1867), het Kursaal (1867) en het Hotel de la Plage (1869).

De vroegste toeristische activiteit in Knokke bestaat uit toeristen die per ezel door de duinen of over het strand naar de vuurtoren van Knokke trekken (op het huidige Lichttorenplein). In de omgeving van de toren is een houten uitkijktoren gebouwd en kunnen de toeristen iets drinken in de etablissementen ‘Au Congo’, de ‘Pavillon du Phare’ en de ‘Marguerite’. Een groepje kunstenaars (met o.a. Alfred Verwee) verblijft regelmatig in het Hotel Prins Boudewijn (1889, bestaat nog steeds in het begin van de Lippenslaan). Op het einde van de toenmalige Zeeweg (huidige Lippenslaan) bouwt men het reusachtige Grand Hôtel (1890).

Strandplezier

De eerste toeristen komen naar de kust voor een gezondheidskuur. 's Morgens nemen zij een fris zeebad en overdag maken zij een lange wandeling in de duinen of op de dijk. Men neemt rustig de tijd om een kop koffie of thee te drinken. Het sociale aspect en het ontspanningselement worden vrij vlug belangrijker dan het gezondheidsaspect.

In de 19de eeuw is het zonnebaden helemaal niet in de mode want men verkiest een blanke huid boven een bruin (of roodgebrand) velletje. Pas in de jaren 1920 komt het eigenlijke zonnebaden in gebruik. Het nemen van een zeebad is oorspronkelijk een omslachtig gebeuren. De bader kleedt zich om in een badkar die door paarden in zee wordtgetrokken. Daarna komt de bader uit de badkar om in zee te plonzen. Het gemengde baden wordt als zeer gewaagd beschouwd en geeft dikwijls aanleiding tot enige hilariteit. Om zich letterlijk zo weinig mogelijk bloot te geven, gaat men oorspronkelijk in zee met oude afgedragen kleren. Omstreeks 1900 verschijnen de grote badkostuums uit één stuk. Naargelang het zonnebad belangrijker word en de puriteinse houding verdwijnt, vermindert het nodige textiel tot de bikini en de monokini.

1900-1914 - Badgasten zoeken gezondheid en vermaak
Sinds de 19de eeuw is het kusttoerisme grondig veranderd. De eerste binnen- en buitenlandse zomergasten komen voor de gezonde zeebaden. Nieuwe trein- en tramverbindingen lokken toeristen en investeerders. Naast de verharde zeedijk rijzen hotels op. Al voor de Eerste Wereldoorlog zijn de dorpen tot echte badplaatsen uitgegroeid.

1914-1940 - Het toerisme verdringt de visserij
Na de oorlog stijgt het aantal badgasten. Zonnebaden komt nu ook in trek. De kustweg, een treinstation, zelfs een vliegveld maken Knokke beter bereikbaar. Door de invoering van het betaald verlof kan de middenklasse nu ook met vakantie. Maatschappijen bouwen villa's, vakantiewoningen en een mondain casino. De visserij maakt meer en meer plaats voor toerisme en horeca.

1940-1960 - Bezoekers brengen bedrijvigheid en expansie
Na 1945 schept het massatoerisme werkgelegenheid en veroorzaakt het een forse bevolkingsstijging, met nieuwe eigenaars, personeel, winkeliers, restaurant- en caféhouders. Vakantiewoningen nemen de plaats in van hotels. Terrassen vullen de promenades op de zeedijk. Het Zwin wordt uitgeroepen tot eerste Belgische natuurreservaat.

1960-…. - Een tweede woonst aan de kust wordt populair
Knokke en Heist blijven groeien, ook wanneer de Belgen vanaf 1960 massaal met vakantie gaan naar het buitenland. De hotelkamers zijn gehalveerd, maar het aantal flatgebouwen en villa's stijgt. Verkeersluwe zeedijken zijn ingeruimd voor wandelaars, fietsers en skeelers. De zomer blijft het topseizoen, maar het winter- en weekendtoerisme wordt ook aantrekkelijk.

Amusement

De vroegste toeristen in Heist amuseren zich met het gadeslaan van de vertrekkende en aankomende vissersschuiten op het strand. Er worden zelfs boottochtjes georganiseerd voor toeristen. Andere bezigheden zijn de tochtjes per ezel, het bouwen van zandforten, alle mogelijke balspelen op het strand... Geleidelijk aan groeit naast het eigenlijke strandleven een toeristisch amusementsaanbod. Hierbij spelen de grote hotels en het Kursaal (Heist) of Casino (Knokke) een grote rol. Daar organiseert men 's avonds danspartijen en concerten. Overdag speelt men golf (in Knokke vanaf 1899) of tennis (in Knokke vanaf 1910). Beide sporten worden door Engelse toeristen geïmporteerd.

Een bijzondere attractie in Knokke waren de wafels van Moeder Siska. 's Avonds kon men geregeld naar het vuurwerk kijken.

Urbanisatie | Startpagina | Terug naar het overzicht