>Sincfala Museum van de Zwinstreek
Sincfala,
Museum van de Zwinstreek
HomeActiviteitenPaljas Museumavond met 4 Beaufort – donderdag 4 augustus 2016

Lezing op zondag 24 maart 2019 - 10 -12 uur door Caroline Terryn

opp2mxv 166750 jaar geleden nam Gent haar eerste kunstmatige zeeverbinding in gebruik. Het kanaaltje naar Damme was amper 5 m breed, maar was een primeur in 13de-eeuws Europa, want het overschreed de waterscheiding tussen het Scheldebekken en de kustpolders.

Om te verhinderen dat de Gentse Leye leegliep en om ze bevaarbaar te maken, plaatste Gent 11 rabotten. Zulke hefdeuren bleven in gebruik tot in de 18de eeuw, toen de Lieve enkel nog van lokaal belang was. In Damme zijn 2 Lievemonumenten beschermd: het Sas en de Kazemat van de Lieve, maar er zijn veel meer relicten bewaard.

De lezing belicht de geschiedenis van dit kanaal aan de hand van talrijke verhelderende kaarten en foto’s.

Verslag

Eric HuysOp zondagmorgen 24 maart 2019 kon erevoorzitter Eric Huys 62 aanwezigen verwelkomen voor de lezing "750 jaar de Lieve. Het Gentse kanaal vanuit Damme bekeken" en de spreekster, Caroline Terryn, voorstellen.

Caroline Terryn is licentiaat geschiedenis, stadsgids in Damme, voorzitster van de Geschied- en Heemkundige Kring Sint-Guthago en verantwoordelijke voor het Erfgoedblad Damme, het tijdschrift van de Heemkundige Kring ’t Zwin Rechteroever Damme. In mei 2017 werd Caroline Terryn, onder grote belangstelling, te Zonnebeke, bekroond tot laureaat van de Prijs Heemkunde West-Vlaanderen. De publicatie van haar artikel “De Lievebermen in Moerkerke en Damme”, in ons tijdschrift Rond de Poldertorens in 2016, leidde tot deze prestigieuze erkenning.

Caroline TerrynCaroline zet zich onverdroten in om het roerend en onroerend erfgoed van Damme door de overheid te laten erkennen en beschermen. Via haar medewerking aan tentoonstellingen en artikelen plaatste ze dit in de kijker, zoals bijvoorbeeld “de Lieve te Damme”, “200 jaar Damse Vaart” en “400 jaar Zevenster” (de Damse stadswallen). Caroline heeft een duidelijke visie. Gevoelige onderwerpen, zoals de verbreding van het Schipdonkkanaal, de herinrichting van de Damse hospitaalsite of haar streven om het West-Vlaamse deel van de Lieve te laten erkennen als beschermd landschap (merkwaardig genoeg is slechts het Oost-Vlaamse deel van de Lieve beschermd), gaat ze niet uit de weg.

Caroline Terryn werd op 12 oktober 1963 geboren in Deurne, bij Antwerpen, uit West- en Oost-Vlaamse ouders. Na haar studies aan de Rijksuniversiteit Gent (licentiaat Geschiedenis Nieuwe Tijden in 1986 en kandidaat kunstgeschiedenis in 1988) werkte ze van 1989 tot 1996 bij de Educatieve Dienst van de Musea van de stad Antwerpen, gevestigd in het Hessenhuis. In 1999 verhuisde ze met haar man en zoon naar Moerkerke. Om zich in te werken in de lokale geschiedenis volgde ze de gidsencursus “Brugge en Damme”. Zo werd ze in 2006 stadsgids bij de West-Vlaamse Gidsenkring. Haar eindwerk voor de West-Vlaamse Gidsenkring over één van de families die de heerlijkheid Moerkerke bezaten, herwerkte ze in 2011 voor de Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis van Brugge tot het artikel “Van koopman tot edelman. Geschiedenis van de familie de la Villette (Brugge 1650-1800)”.

Dia1Tijdens Open Monumentendag 2006, publiceerde ze, ter gelegenheid van het thema hout, een standaardwerkje over schuren. Op verschillende boerderijen in de Zwin- en Zandstreek staan nog enkele schuren met een middeleeuwse oorsprong. De gebinten en het dak vormen een boeiende geschiedenis. Caroline gaf met haar publicatie “De houten schuur van het Hof van Sijsele – Graanschuren in Damme en omstreken” (Moerkerke, 2005), een inzicht in de structuur van deze indrukwekkende bouwwerken met hun eiken balken en dakgeraamten. Veel van deze schuren zijn in de loop der jaren jammerlijk verdwenen. Het boekje van 150 bladzijden is uitverkocht, maar een herdruk is gepland.

Caroline Terryn is actief bij de Heemkundige Kring ’t Zwin Rechteroever Damme, waarvan ze één van de drijvende krachten is. Als bestuurslid van 't Zwin Rechteroever hielp ze het heemkundig tijdschrift uitgroeien van een nieuwsbrief op A5-formaat naar een rijk geïllustreerd historisch en volkskundig magazine met bijdragen over alle deelgemeenten van Damme. Op www.zwinrechteroever.be staat het overzicht van de meer dan 75 artikels die ze zelf voor de “Nieuwsbrief” en “Erfgoedblad Damme” schreef.

Dia3Sinds een aantal maanden is ze ook voorzitster van onze Geschied- en Heemkundige Kring Sint-Guthago. Voor ons tijdschrift Rond de poldertorens schreef ze een aantal diepgaande artikels: in 2006 “De éne haring is de andere niet - Het haringbedrijf in Damme in de middeleeuwen” en in 2010 “Negenhonderd jaar Moerkerke: 1110- 2010”. Verder verschenen in 2014 en 2016 respectievelijk “De Gentse Lieve-atlas als bron voor de studie van de Lievebermen in Damme” en het bekroonde werk “De Lievebermen in Moerkerke en Damme”.

De Lieve, het middeleeuwse kanaal van Gent naar Damme, staat op alle oude kaarten, maar er was nog weinig over geschreven. Het boek “De Lieve, tscoenste juweel dat de stede heeft” dat in 2008 verscheen was dan ook een instant succes. Het was al uitverkocht toen Damme een jaar later haar spraakmakende Lievetentoonstelling hield. Vanwege de grote vraag in zowel Oost- als West-Vlaanderen kwam er een herdruk. Nieuw daarin was een extra hoofdstuk over de Lievebermen in het Brugse Vrije, geschreven door Caroline Terryn.

Dia7Na deze inleiding vatte de spreekster haar lezing aan. De Lieve was Gents eerste kustverbindingskanaal en een Europese primeur. Maar ze had ook een keerzijde, namelijk een verstoring van het water- en wegennet. De Lieve was een kunstmatige verbinding, maar op oude kaarten stond ze aangeduid als rivier in plaats van een kanaal of vaart.

In het begin van de middeleeuwen was Gent de grootste stad in Vlaanderen door haar hinterland en ligging op de samenvloeiing van de Leie en de Schelde. Vanaf de 13de eeuw echter werd de kustvaart belangrijker dan de handel over land en werd Brugge de draaischijf van de internationale handel. Dat de kustvaart belangrijk werd was te danken aan de kogge, die meer laadruimte bezat dan de vorige scheepstypen, over een kajuit beschikte en beter bestand was tegen stormen en dus veiliger was.

Dia15De Lieve was echter niet bedoeld voor zeeschepen. Voor de binnenvaart werd een seye of seykin gebruikt. Dit scheepje had een neerklapbare mast (moest onder bruggen kunnen doorvaren) en was veel kleiner en smaller dan een kogge. Ook de diepgang was veel geringer. De Lieve was ook maar maximum 5 meter breed. Een seye werd getrokken door scheepsmaatjes op het jaagpad (niet door dieren, het jaagpad was hiervoor niet breed genoeg) of afgeduwd met een bootshaak.

De aanleg van de Lieve was mogelijk door de steun van gravin Margaretha van Constantinopel die in 1251 niet alleen de Lieve goedkeurde maar ook het Ieperleekanaal dat de IJzer verbond met de Ieperlee. De gravin zette hiermee de politiek van haar voorgangers verder die kanalen lieten aanleggen om kusthavens te verbinden met oudere handelssteden waarvan de natuurlijke kustverbinding verzand was. Voorbeelden hiervan waren het Reiekanaal van Brugge naar Damme (eind 12de eeuw) en het Edekanaal van Aardenburg naar de nieuw gestichte voorhaven Slepeldamme aan het Zwin tussen Sint Anna ter Muiden en Oostburg (begin 13de eeuw). Eerst ging Slepeldamme het eindpunt zijn van de Lieve en zou Aardenburg ervoor moeten meebetalen. Uiteindelijk werd het tracé veranderd tot in Damme, enerzijds omdat Damme ondertussen een belangrijkere haven was geworden dan Slepeldamme en anderzijds omdat Aardenburg het financieel niet aankon.

Dia24De Lieve was in die tijd een huzarenstukje zonder weerga in Europa. Nederland kende pas in de 14de eeuw korte kustverbindingen via kanaaltjes. De Lieve was niet alleen langer maar ook complexer. Gent lag diep in de zandstreek en de Lieve moest tot in de polders lopen en dwarste als eerste een waterscheiding. Het was een verbinding van het Scheldebekken met de Brugse polders. De Lieve verliep in bochten omdat enkele hoogtes moesten vermeden worden. Zo was er een bocht rond de hoogte van Mariakerke en liep ze verder langsheen de hoogte van Oedelem-Zomergem. De waterscheiding tussen de twee stroomgebieden van Scheldebekken en Noordzee/Westerschelde werd gedwarst op de plaats waar de zandrug Gistel-Stekene het smalst was.

Dia27Een waterscheidingslijn scheidt twee stroomgebieden. Dit geeft problemen omdat het water langs twee richtingen afloopt en er te weinig water is om op het hoogste gedeelte te kunnen varen. Dit werd opgelost door rabotten te plaatsen. Er waren 5 rabotten ter hoogte van Oedelem-Zomergem. De rabotten stuwden het water op een bevaarbaar peil op om de hoogten te overbruggen en lieten ook de schepen door. De deur van het rabot werd opgehaald en snel weer neer gelaten om waterverlies te beperken. Het ophalen van de deur gebeurde met een windas. Het rabot in Gent regelde het niveauverschil met de Leie. Het was tevens ook een stadspoort en werd versterkt met torens. Eén rabot kon maximum 50 cm hoogteverschil aan. Bij een hoogteverschil groter dan 50 cm kwam er teveel druk op de deur van het rabot. Tussen Eeklo en Maldegem, waar de Lieve afdaalde naar de polders, stonden er vijf rabotten met een tussenafstand van 400 meter. Ter vergelijking: een modernere sluis (vanaf de 15de eeuw) had twee deuren en een saskom en kon een hoogteverschil van 2 meter aan. Een ander systeem in de middeleeuwen was een overtoom. Dit was een hellend vlak waarop de bootjes met een windas op en af een dam werden getrokken. O.a. op de Ieperlee werd dit systeem gebruikt.

Dia34In 1666 werd de reeks rabotten tussen Eeklo en Maldegem vervangen door één sluis met 2 puntdeuren en een sas ertussen. In 1688 werd de sluis vervangen door een vaste dam (stenen beer). In Balgerhoeke is er nu nog één stuw op het Schipdonkkanaal. De dam splitste de Lieve op in een Neder- en Opperlieve. Gent onderhield alleen de Opperlieve vanaf Eeklo voor lokaal transport. De Nederlieve werd niet meer onderhouden met als gevolg te weinig water in de zomer en overstromingen van de dijken in de winter.

De Lieve was volledig in handen van Gent en alleen Gentse schippers mochten haar bevaren. Pas bij de verwaarlozing mocht ze ook door andere schippers gebruikt worden.

“Lieve” was oorspronkelijk de naam van een arm van de Leie.

Dia39De Lieve verstoorde het wegennet van de streek waar ze doorliep. Alle voetwegen in Damme werden onderbroken. Gent betaalde maar één brug per gemeente in het Brugse Vrije, met als gevolg dat van de zeven onderbroken grote wegen er slechts drie een brug kregen en de andere eeuwenlang doodlopende straten bleven, waardoor men een grote omweg moest maken. Dit is nu nog altijd te zien aan de Zuiddijk die onderbroken is voorbij de bocht met de Rabattestraat.

Ook een reeks waterwegen werden in 1269 onderbroken door de aanleg van de Lieve. Bijvoorbeeld Moerkerke Zuid kon niet meer noordwaarts afwateren en er moest bijgevolg een nieuw afwateringskanaal komen: de Hoge Watering. Maar door de verzanding van het Zwin ontstonden er hier afwateringsproblemen met wateroverlast in de streek als gevolg.

Dia45In 1384 moest er een nieuw afwateringskanaal gegraven worden: het Geleed van Moerkerke Zuid dat afwaterde in de buurt van Sluis. De Hoge Watering werd met het Geleed verbonden door een conduit die onder de Lieve liep. Dit conduit was een houten koker en een complexe constructie. De naam conduit komt van “conduire”: (water)geleiden. In 1752 werd de houten koker vervangen door een stenen conduit. In 1872 werd de Lieve op die plaats gedempt met behoud van de conduitput.

Voor de aanleg van de Lievebermen onteigende Gent in het Brugse Vrije een strook van 77 meter breed, over een lengte van 23 km. De Lievebermen waren eigendom van de stad Gent, die de bermen opdeelde in verschillende stroken die dan verpacht werden. Alleen in Damme zijn er nu nog 6 km Lievebermen overgebleven: lange smalle percelen van 77 meter breed in het landschap. Het grootste deel van de bermen is verdwenen omdat ze gebruikt werden voor de aanleg van de Stinker en de Blinker. Ook de bomen op de bermen waren eigendom van Gent. Alleen het snoeihout was bestemd voor de pachters.

Dia49Aan elke zijde van de Lieve waren er dijken van 35 meter breed, wat vrij hoog is voor een klein kanaaltje. Deze breedte was echter nodig omdat de dijken hoog genoeg moesten zijn om bestand te zijn tegen stormvloeden. De hoge dijkwand moest aan de buitenkant gestut worden met een langzaam afhellend talud opdat er geen verschuivingen zouden optreden. In natte winters staat er nu nog water in de overblijfselen van de Lieve en zijn resten van de dijken zichtbaar.

Het laatste deel van de lezing ging over de relicten van de Lieve in Damme, waarvan er drie beschermd zijn. In de 13de eeuw liep de Lieve rechtdoor in Damme. In de 14de eeuw werd ze verlegd om buiten de omwalling te lopen met een sluis die bestond uit een zoute en een zoete deur. In het begin van de 17de eeuw werden de stadswallen heraangelegd met nieuwe militaire bastions en de Lieve werd binnen de stad geleid tussen twee muurtjes (dodanen) om het Lievewater te scheiden van de stadsgrachten.

Dia63Een dodaan was een muurtje met een scherpe kant opdat de vijand er moeilijk op zou kunnen klimmen. De Lieve mondde toen uit achter het stadhuis in de Zoute Vaart. Achter het stadhuis ligt nu het “Sas van de Lieve”, een relict uit 1619. Het werd in de jaren 1970 opgegraven en later gereconstrueerd als een schotbalkenstuw, wat verkeerd was. Het betrof namelijk een rabot met een dakje erop.

In 1660 werd de Lieve omgeleid langs de buitengracht met een nieuw rabot. De vroegere doorgang door de stadswallen werd drooggelegd en omgebouwd tot een kazemat, een bomvrije wapenopslagplaats, die gebruikt werd tot in het begin van de 19de eeuw. De kazemat is nu nog te zien aan de Haringmarkt in Damme en is ook een beschermd monument.

Dia62Een vierde sluis van de Lieve met een rabot dateerde uit 1660 en was gelegen waar zich nu de Rabattestraat bevindt. Nabij dit rabot lag de Slekkeput. Dit was een tweede sluisje op het Zwin dat in gebruik was tot 1702. Het werd opgegraven in 1971 en in 2006 afgedekt met zand. In 1997 werd het beschermd als monument.

Verder zijn er nog andere relicten van de Lieve. Puntrelicten zijn de conduitput, die nog bewaard is, waar de Hoge Watering in het Geleed stroomde en aan Moerkerkebrug waar een gehucht met een aanlegsteiger ontstond, staat nu nog een huis dat dateert uit 1773. Daarnaast zijn er nog een aantal lijnrelicten (kanaal, dijk of jaagpad). Van het Lievekanaal zelf is er in Damme nog weinig over. Het is grotendeels dichtgeslibd of gedempt. Hier en daar zijn er nog restanten terug te vinden in het landschap onder de vorm van een droge berm of een kleine gracht.

Dia92De dijken vormen een bijna doorlopend lijnrelict dat goed te zien is op een reliëfkaart. Op de dijken lag het Lievejaagpad dat in 1845 bij wet vastgelegd werd in de Buurtwegenatlas. In Oost-Vlaanderen werd het jaagpad langs de Lieve aangelegd tot fietspaden. In Damme zijn delen van het jaagpad geasfalteerd. Sommige lopen dood. De Oostkustpolder is volgens het kadaster eigenaar van een stukje van de Lieve. Een fietspad op het oude jaagpad zou alle Lieverelicten kunnen verbinden en een meerwaarde geven aan de afzonderlijke relicten en een verdere verdwijning tegengaan. Via het Schipdonkkanaal zou het Damse Lievefietspad kunnen aansluiten op de Oost-Vlaamse Lieveroute. Los van een fietspad zou ook de West-Vlaamse Lieve moeten beschermd worden, zoals dit reeds het geval is met het Oost-Vlaamse deel.

Na deze heel interessante en mooi geïllustreerde lezing dat de geschiedenis en de hedendaagse problematiek van de Lieve schetste voor een zeer aandachtig publiek, werd Caroline Terryn bedankt door erevoorzitter Eric Huys. Na dit overzichtelijk verhaal van een kanaaltje met invloed op de geschiedenis van Damme werd er naar goede gewoonte een drankje aangeboden door Museum Sincfala.

Verslag: Marc De Meester
Foto’s: Etienne Decaluwé

Praktische informatie

Lezingen zijn gratis voor leden van Geschied- en Heemkundige Kring Sint-Guthago.
Niet-leden betalen 3,50 euro, bezoek aan het museum inbegrepen. Reservatie is niet mogelijk. Best om 15 minuten vroeger te komen om van een plaats verzekerd te zijn.
Na de lezing bieden we je een drankje aan.

Ptoegang-felix-timmermanstraat-37laats

Sincfala, Museum van de Zwinstreek
Pannenstraat 140, 8300 Knokke-Heist.
Tel. 050 530 730  Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien. 

Parkeergelegenheid

Op de speelplaats van de gemeentelijke basisschool Het Anker, bereikbaar via de Felix Timmermansstraat nummer 37 (klik op de foto voor Google streetview)