07/02/1823 (?), Brief van de hoofdingenieur aan de gouverneur (?) over de maten van de barge (Provinciaal Archief West-Vlaanderen, 239, reeks 1)

Het art. 4 van de cahier van lasten vergund aan den pachter het bauwen van een nieuwe bargie, en het art. 2 beschrijft de lengte, breedte, hoogte en inwendige verdeeling.

De geschetste teekening geeft aan de bargie 20el,40 lengte 3,10 en 2,88 breedte.

De vaart op sluis in haar gedeelte aangeleid onder het voorig gouvernement op de waterlin, van 1 el boven den bodem, maar 20 ellen breedte hebbende, stelle ik aan uwe excellentie eerbiedig voor de gevraagde autorisatie te verleenen onder conditie dat de bargie in lengte overmeten zal 18el,00, in breedte 3,10 en 2,88, zoo als op de schetsteekening in ’t rood is aangeteekend, gebouwde worden overigen dat zij in hoogte en inwendige verdeeling zal voldoende zijn aan het art. 2 van de cahier van lasten.

De Hoofdingenieur
**

07/02/1823 (?)
Provinciaal Archief West-Vlaanderen, 239, reeks 1
1823