>Sincfala Museum van de Zwinstreek
Sincfala,
Museum van de Zwinstreek

landkaart

landkaartIn de oudere polders zijn de kreken verdwenen.  We vinden ze dan ook vooral terug in de gebieden die tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werden geïnundeerd en in de jongste polders.

Voor de verdediging van Sluis staken de Nederlands in 1583 dijken door. Een groot gebied, dat "Lapscheurse Gat werd genoemd, kwam onder water te staan.  Door de getijdenwerking werden er verschillende kreken uitgeschuurd. 

Na de indijking van de overstroomde gronden in de 17de en 18de eeuw, bleven de kreken als historische getuigen in het landschap achter.

In de jongste polders, als de Nieuw Hazegraspolder en de Willem-Leopoldpolder, treft men ook nog resten van kreken aan.  Die kreken dateren uit de periode dat de polder nog een slikke- en schorregebied was waar eb en vloed nog vrij spel had. (FT)

Terug

rattenvangerIn het rustig landelijke Ramskapelle ontmoet ik op vrijdag 18 juni een kersverse gemeentelijke rattenvanger. Landbouwer Patrick Proot is sinds 1 mei 2004 voor de komende vier jaar verantwoordelijk voor het opsporen en verdelgen van de muskusrat. Het grondgebied van Knokke-Heist, met uitzondering van de Hazegraspolder, is zijn “vanggebied”. Zijn voorganger Joseph Quintens is nog verantwoordelijk voor de verdelging van de bruine rat.

Openbare besturen hebben in België  de verplichting om ratten te bestrijden. De Vlaamse Gemeenschap controleert de waterlopen van 1e categorie zoals de Isabella- en Zwinnevaart. Naast de gemeentelijke rattenvangers (muskusrat, bruine rat, rioolratten….) zijn ook provinciale bestrijders aan het werk voor de waterlopen van 2e en 3e categorie (o.a grachten). Om het geheel wat overzichtelijk te houden coördineren de polderbesturen de bestrijding van de ratten. Het werkgebied van Patrick behoort zo tot de regio Brugge-Noord.

Waarom wordt zoveel belang gehecht aan een goede muskusrattenbestrijding, vraag ik hem. Muskusratten zijn planteneters en kunnen schade aan de vruchten en gewassen aanbrengen. Het is vooral de schade die zij toebrengen aan de oevers van kanalen en dijken waarvoor ze berucht zijn.

Om hun nesten te bouwen delven ze op de waterlijnhoogte grote delen van de oevers uit. Ze leggen er hele gangenstelsels aan, waardoor de glooiingen en dijken worden ondermijnd. Dat levert gevaar op voor instortingen aan de oever en dijkbreuken. Het kan gebeuren dat een landbouwer met zijn tractor in een verzakking rond een gracht raakt als hij niet merkt dat de oeverzone aangetast is door muskusratten. 

De gemeentelijke muskusrattenvanger controleert elke dag een deel van zijn totale gebied. Hij is vrij in het verdelen van zijn tijd en gebied en tijd, .maar hij reageert altijd onmiddellijk op een oproep van het gemeentebestuur. Dat bestuur stelt hem al het nodige materiaal voor rattenklemmen, fuik en aas ter beschikking. De ratten worden zowel met fuiken en klemmen gevangen. Maar vergif is voor hem uit den boze! Vermoedelijk zal het gebruik van fuiken binnenkort ook verboden worden: de ratten verdrinken immers in de val. 

Een zomer- en winterklem verschillen van vorm en mogelijkheden. Tijdens de zomer geraakt de plantenetende muskusrat gemakkelijk overal aan zijn voedsel. In de winter kan hij wel gelokt worden met aas (wortelen, appels,….) op de klem.  

Ik ben gerustgesteld als ik hoor dat een muskusrat voor de mens niet echt gevaarlijk is. Als het kan kruipen ze weg. Brengen mensen ze echt in het nauw dan gaan ze zich wel verdedigen!  Een bekwame rattenvanger waarschuwen lijkt mij een betere oplossing dan zelf de klus te willen klaren!

De muskusrat werd ooit ingevoerd om zijn pels. In de jaren ’70 werd tot 100 BEF (2,5 €) betaald voor een vel. Patrick verdiende als jonge kerel toen tot 3000 BEF (75 €) per week als drinkgeld met zijn gevangen ratten. Ze werden opgehaald door “marchands” die geïnteresseerd waren in de mooie bontvacht.

Zij vroegere “rattenvangstervaring” helpt hem uiteraard bij zijn gemeentelijke taak. Patrick ziet onmiddellijk  waar zich een nest bevindt.

Alhoewel er nu heel wat minder vangsten van ratten zijn (de bestrijding werpt zijn vruchten af!) wordt niets meer geboden voor de dode dieren. De gevangen dode dieren worden nu als prooi voor de vogels op de oever achtergelaten. Een week later zijn geen sporen meer terug te vinden!    

Op mijn vraag wat het grote verschil is tussen een muskusrat en een bruine rat, antwoordt een goedgeluimde Patrick dat dit vooral over de vindplaats gaat. Maar ook de grootte en het dieet van de rat zijn identificaties. Hij noemt de afgeplatte staart “het roer”. De muskusrat moet je zoeken aan de waterkant: kanalen, vaarten, grachten en andere waterlopen.  Als in de winter het water overal hoog staat dan kan je hem ook vinden in vijvers en zelfs in … een zwembad. Je ziet ze zwemmen met een grote boeggolf. 

Een tweetal jaar terug stelde de Provinciale Adviescommissie voor de rattenbestrijding in West-Vlaanderen vast dat de bruine rattenpopulatie zich uitbreidde. Deze knaagdieren knagen aan isolatiemateriaal en elektrische leidingen, maar brengen ook schade toe aan landbouwgewassen en oevers.  Ze eten voedselvoorraden op van andere dieren en bevuilen die voorraden met hun uitwerpselen. Ze brengen de volksgezondheid in gevaar door het verspreiden van ziekten.

Ratten verspreiden zich razendsnel voort. Een koppel (een ram en een moer) kan zorgen voor minimum 30 nakomelingen per jaar tijdens een vijftal voortplantingen. De eerste nakomelingen zijn vlug geslachtsrijp, zodat zij al in het jaar na hun geboorte voor voortplanting zorgen! . Daarom konden de inwoners van Knokke-Heist gratis giflokaas in de vorm van gedrenkte granen bekomen bij het gemeentebestuur.

Met al deze kennis verlaat ik het landbouwbedrijf waar vier zevenweken oude katjes mij uitgeleide doen.  Ik krijg nog een fuik en een winterrattenslag mee om te gebruiken in de tentoonstelling. Patrick vertrouwt me nog toe dat hij hoopt in de toekomst zich ook te kunnen gaan toeleggen op hoevetoerisme. Aan een joviale gastheer en een rustige landelijke omgeving die uitnodigt om te wandelen en fietsen zal het daar zeker niet ontbreken! (RP)

Terug

lannoyDanny Lannoy (1991)
Olie op doek   24 x 30 cm
Verzameling: W. Van Elslande Duinbergen

Danny Lannoy, geboren te Knokke in 1952, is het voorbeeld van een echte autodidact.

Hij volgde lessen aan de Academie te Brugge voor bouwkundig tekenaar waar hij zich specialiseerde in het schetsen van gebouwen en architecturale gevels.

Als heemkundige heeft hij "hart" voor eigen streek en daaruit voortvloeiend liefde voor landschapsschilderkunst en marines.

Ook zijn aquarelles, meestal reisimpressies, zijn verfijnde tekeningen met oog voor detail en kleur. Hij heeft nog veel potentieel dat wegens gebrek aan tijd onvoldoende aangeboord wordt. We hopen in de toekomst zeker nog enkele doeken van hem te mogen bewonderen.

Dit doek, geschilderd bij valavond, is een prachtige momentopname.

Het geeft de steeds veranderlijke zwinmonding weer in al zijn schoonheid . Hier is niet zozeer het figuratieve van belang maar overheerst het spel van kleuren, licht en schaduw.

Een gouden hemellijn schept  een speciale sfeer en verdeelt het schilderij in een donker en licht gedeelte. De duinen aan weerszijden van de kreek vormen een donker bijna onherkenbaar silhouet. Daartussen kronkelt zich de kreek als een glanzend lint. Het watervlak wordt opgelicht door de weerspiegeling van de laatste gloed van de ondergaande zon boven de Noordzee.

Met meesterschap heeft de schilder de hemel vastgelegd in al zijn kleurenpracht. Hier kon hij zijn scherp ontwikkeld kleurgevoel tentoonspreiden. De tinten zijn ondefinieerbare tussen - kleuren die het schilderij juist zo speciaal maken. Het gamma varieert van zacht turkoois-groen over mistig grijs-bruin naar een teder rozig-beige, een romig-geel en sober oker-bruin.

Deze uitzonderlijke schakeringen werden op kleurpalet gemengd en vervolgens met borstel en paletmes ruw op doek gebracht. Door gebruik te maken van het contrast tussen lichte en donkere vlekken is de schilder er perfect in geslaagd het magische moment van de avondschemering weer te geven.

Terug

dotterbloemDeze schitterende plant behoort tot de Ranonkelfamilie, net zoals de meer bekende boterbloem. Deze planten behoren tot een familie van overblijvende kruiden. De grote gele opvallende bloemen zijn tweeslachtig. Deze zijn aan de onderzijde lichtgroenachtig gestreept. Ze hebben talrijke gele meeldraden. De stevige stengel is meestal rechtopstaand, soms kruipend. De bladeren zijn meestal hartvormig en zijn stevig getand.

Deze plant vind je hoofdzakelijk in moerassige gebieden: slootranden, drassige weilanden, overstroomde bosgebieden, sloten. Ze heeft een breed verspreidingsgebied. Je treft ze zowel in de polders aan op zeeniveau als in bergstreken tot op grote hoogte.

We zagen zelfs Dotterbloemen op een hoogte van iets meer dan 2.000 meter hoogte. In de Zwinstreek tref je deze prachtige plant op enkele vochtige plaatsen in de Zwinbosjes en de Kleyne vlakte evenals in enkele vochtige kreken in de polders.

De bloeiperiode is ook vrij lang. Zo kan je bloeiende dotterbloemen zien vanaf maart tot begin september. (GB)

Terug

steenuilIn de Zwinstreek broeden drie soorten uilen: de Ransuil, de Kerkuil en de Steenuil.

Door het buitenmatig gebruik van pesticiden was de stand van onze roofvogels erg bedreigd geworden tot aan de zeventiger jaren. Nadien verbeterde de situatie zo dat we heden ten dage steeds meer roofvogels aantreffen. Uilen zijn nachtroofvogels. Zoals de naam het al aangeeft gaan ze vooral 's nachts jagen.

Steenuiltjes zijn schitterende vogels. Ze zijn overwegend donkerbruin van verenkleed en hebben grote witgrijze stippen. Deze soort is eerder gedrongen en heeft een brede kop. De typische vlucht verloopt met diepe bogen.  De ogen zijn felgeel en zwart en zijn sterk naar voren gericht.

Je treft deze kleine uilensoort vooral aan in de nabijheid van knotwilgen doch eveneens in boomgaarden.

Daar vinden ze niet alleen een geschikte nestgelegenheid in de vele holen doch eveneens heel veel voedsel. Rijen knotwilgen vormen een biotoop op zich met een heel gamma van soorten zangvogels, insecten, kleine zoogdieren enz. Daar komt dit uiltje bijzonder goed aan zijn trekken. Zijn voedsel bestaat hoofdzakelijk uit kleine knaagdieren. Als er weinig muizen zijn jaagt hij ook vaak op kleine vogels. Het voedselregime wordt bestudeerd via braakballenonderzoek. Braakballen zijn proppen onverteerbare voedselresten die door roofvogels worden "uitgebraakt".

Daarin vindt men ondermeer kaakbeenderen van muizen, schedels en poten van vogels, dekschilden van kevers e.d. De steenuil is veruit onze meest algemene nachtroofvogel.

Terug