Vakantiekolonies aan zee waren een succes. Ook privé-initiatieven wilden een graantje meepikken. Het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn voorzag ook in de erkenning van kinderhomes, waar zowel individuele zuigelingen en kinderen tot 7 jaar (voorloper van de kindercrèches) als kinderen van 7 tot 16 jaar werden opgevangen.

De opvang van zuigelingen en kinderen tot 7 jaar kon het hele jaar rond. Oudere kinderen van 7 tot 16 werden enkel opgevangen tijdens de vakantieperiodes, hoofdzakelijk in juli en augustus.

De gemeenten stonden in voor het verstrekken van de toelating en de controle op het naleven van de afspraken. Hiervoor bestond in de gemeenten een politieverordening. In Knokke was er die al in de beginjaren 1950. In Heist was dat meer naar het eind van datzelfde decennium.

De regeling was van kracht voor ’homes, rusthuizen of gelijkaardige inrichtingen, waarin kinderen beneden 16 jaar, niet vergezeld van hun ouders, worden opgenomen.’ Er was een jaarlijks te vernieuwen vergunning nodig. Die moest worden aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen, die ze al dan niet toekende na advies ingewonnen bij het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn. Dat gebeurde in grotere privévilla’s die ofwel eigendom waren ofwel gehuurd werden door de aanvrager. Op deze locaties kwamen ook wel eens groepen terecht als de vakantiekolonies overvol zaten.

De inrichtingen moesten aan een reeks voorwaarden voldoen:

· een dienstige oppervlakte van ten minste 9 m² per kind in de lokalen: slaapzaal, eetplaats, speelzaal en rustzaal
· een wastafel per drie, een stortbad met warm en koud stromend water per 15 en een wc per 12 kinderen
· goed verlichte en verluchte slaapzalen met een omvang van ten minste 10 m³ per persoon met een ruimte van ten minste 0,50 meter tussen ieder bed en een middengang van een meter breed
· een goed verlichte, verluchte en verwarmde speel- of ontspanningszaal van ten minste 2 m² per persoon
· nette keukens die alle waarborgen bieden inzake hygiëne en ingericht zijn in verhouding tot het aantal kinderen
· een afzonderlijke zaal voorzien van telkens een bed per groep van 50 aanwezige personen, ter afzondering van eventueel besmettelijke zieken
· een ziekenboeg met minimum een bed per 30 personen, voorzien van de nodige gezondheidsinstallaties en van een verbandkast, voor elk van de geslachten

De uitbaters moesten voldoende personeel voorzien dat ondermeer instond voor toezicht over de kinderen: 1 lid per 15 kinderen beneden 7 jaar en 1 per 20 kinderen van 7 jaar en meer. Een aanwezigheidslijst moest duidelijk maken hoeveel kinderen aanwezig waren.

Tot slot waren er ook een reeks veiligheidseisen aan het gebouw, zoals automatische elektrische zekeringen, later aangevuld met een noodverlichting, de nodige voorzieningen in geval van brand en meerdere vluchtwegen en nooduitgangen. In Heist en Knokke zag het gemeentebestuur vanaf het begin van de jaren 1960 steeds strenger toe op de naleving van de verordening en stelden ze bijkomende eisen. Daardoor hielden steeds meer initiatieven het voor bekeken.

 

 


Overzicht | Inleiding | 1886-1918 | 1919-1944 | 1945-1980 | Kinderhomes | Heist | Duinbergen | Knokke | Het Zoute | Colofon